Button om omhoog te scrollen naar bovenkant pagina
Fotografie logo
close icon

Van auto-stand naar M-stand: fotograferen met de Sunny 16-regel

Van auto-stand naar M-stand met de Sunny 16-regel

Voor veel fotografen blijft de M-stand nog steeds een zekere drempel. Zolang de camera zelf het licht meet, voelt alles comfortabel en veilig. Maar zodra je zelf sluitertijd, diafragma en ISO moet instellen, lijkt het ineens alsof er veel mis kan gaan. Herkenbaar? Het goede nieuws: handmatig belichten is een stuk minder ingewikkeld dan het lijkt.

De klassieke Sunny 16-regel is daar een mooi voorbeeld van. Een eenvoudige richtlijn die fotografen al decennialang helpt, en ook in het digitale tijdperk nog verrassend bruikbaar is.

Fotograaf die de camera-instellingen aanpast op een zonnige dag langs een landweg, met een rugtas naast het statief.

Het grote verschil met vroeger is dat je nu directe feedback krijgt. Je ziet meteen wat er gebeurt via live-view, histogram en highlight-waarschuwingen. RAW-bestanden en Auto-ISO maken belichten bovendien een stuk relaxter. Daardoor heb je de Sunny 16-regel niet nodig om technisch te overleven, maar hij is wel een fijne manier om beter te begrijpen hoe licht werkt.

En juist dat is waardevol. Want wie licht begrijpt, snapt ook beter wat de camera doet, en krijgt vanzelf meer creatieve vrijheid.

Wat is de Sunny 16-regel?

De Sunny 16-regel zegt in feite dit: op een zonnige dag fotografeer je met f/16 en kies je een sluitertijd die ongeveer gelijk is aan 1 gedeeld door je ISO-waarde.

Dus bijvoorbeeld:
ISO 100 → 1/100 sec
ISO 200 → 1/200 sec

In veel gevallen zit je dan al verrassend dicht bij een goede belichting. De regel komt uit het analoge tijdperk, maar werkt nog steeds omdat zonlicht behoorlijk voorspelbaar is. Digitale camera’s hebben dan wel slimme lichtmeting en live-view, maar de basis van belichting is hetzelfde gebleven.

Straatscène op een zonnige dag, met voetgangers die een kruispunt oversteken en zowel voorgrond als achtergrond duidelijk scherp in beeld.

Hoe gebruik je de Sunny 16-regel op een digitale camera?

Zie de Sunny 16-regel vooral als startpunt. Zet je camera in de M-stand, kies een ISO-waarde, stel f/16 in en zet de sluitertijd rond 1/ISO. Maak een foto, kijk naar je histogram of hooglichten, en pas eventueel een tikje aan.

Zo werk je bewust, zonder dat je hoeft te rekenen of te gokken.

Sunny 16-varianten bij ander weer

Licht verandert voortdurend, en je instellingen dus ook. De Sunny 16-regel staat daarbij niet op zichzelf. Ooit werden er zelfs aparte namen gegeven aan varianten voor ander licht. Zo kreeg sneeuw of strand in volle zon de bijnaam “Snowy / Sandy f/22 Rule”, omdat het feller reflecteert dan normaal daglicht.

Bij licht bewolkt weer sprak men van de “Overcast f/11 Rule”, bij egaal grijs licht van de “Heavily Overcast f/5.6 Rule”, en rond zonsondergang werd vaak de “Sunset f/4 Rule” genoemd.

Fotograaf past handmatige belichting aan op een bewolkte dag, met zacht licht en natte straten op de achtergrond.

In feite vormen al deze regels samen één logisch systeem: hoe minder licht, hoe groter het diafragma. Sunny 16 is alleen het startpunt bij volle zon, de rest schuift daar vanzelf op mee.

Dus:

• bij licht bewolkt weer kom je vaak goed uit rond f/11
• is de lucht egaal grijs, dan is f/8 meestal realistischer
• bij zware bewolking of diepe schaduw schuif je richting f/5.6
• sta je op een strand of in de sneeuw in volle zon, dan kan zelfs f/22 passen

Alleen kan zo’n klein diafragma als f/22 bij moderne hoge-resolutie camera’s iets scherpteverlies geven door diffractie, een optisch verschijnsel waarbij je foto iets minder scherp wordt wanneer je het diafragma ver dichtknijpt. Veel fotografen kiezen daarom liever f/8 of f/11 en compenseren met sluitertijd of ISO. Het idee blijft hetzelfde, de uitvoering is alleen wat moderner geworden.

Wanneer werken deze belichtingsregels (wel en niet)?

Deze eenvoudige belichtingsregels werken vooral goed in situaties met constant daglicht. Denk aan straatfotografie, reportages, reizen, landschappen en natuurlijk analoog fotograferen. Ze geven rust en houvast: je hoeft minder op de automaatstand te vertrouwen en je gaat vanzelf bewuster naar het licht kijken.

Deze eenvoudige belichtingsregels werken vooral goed in situaties met constant daglicht.

In situaties met weinig licht of snelle actie werkt het minder vanzelfsprekend. Bijvoorbeeld bij sport, concerten, avondfotografie of binnen. Daar draait het vaak vooral om sluitertijd en ISO. De regels zijn dan niet fout, alleen minder praktisch als vertrekpunt.

Zo begin je eenvoudig in de M-stand

Gebruik regels zoals de Sunny 16 vooral als oriëntatiepunt voor de hoeveelheid licht. Vanuit dat vertrekpunt kun je vervolgens je creatieve keuzes maken. Soms betekent dat juist dat je van f/16 afwijkt. Kies het diafragma dat past bij je beeld, bijvoorbeeld f/4 voor een portret met zachte achtergrond of f/11 voor een landschap, en corrigeer de belichting daarna eenvoudig met sluitertijd of ISO.

Na een tijdje merk je dat je niet langer instellingen aan het raden bent, maar dat je echt gaat zien hoeveel licht er is. En dat is misschien wel de grootste winst van handmatig fotograferen.

Rustig meer in zacht ochtendlicht, met een houten steiger op de voorgrond en beboste heuvels die scherp zichtbaar zijn op de achtergrond.

Conclusie

De techniek om ons heen verandert sneller dan ooit, maar licht blijft licht. Daarom zijn regels voor lichtsituaties, zoals de Sunny 16, nog steeds heel handig: ze helpen je echt kijken. Ze geven je een vertrekpunt, een klein duwtje in de rug, zodat de M-stand minder spannend wordt en je meer vanuit gevoel kunt fotograferen in plaats van de automaat alles te laten beslissen.

En dan blijkt handmatig belichten niet iets om bang voor te zijn, maar eerder iets dat je juist veel vrijheid geeft.

Bestel dit boek
Zeg het voort...
Ontdek meer
Fotografie.nl wordt mede mogelijk gemaakt door:
Ga naar fujifilm-x.comGa naar bol.com