Bij fotograferen op een heldere dag kan de zon zowel je beste vriend als je ergste vijand zijn. De enorme hoeveelheid licht kan voordelig zijn als het van de juiste kant komt, maar het kan ook voor ongelijkmatig verlichte of soms helemaal donkere foto's zorgen.
Waar kun je rekening mee houden bij het maken van foto's op een perfecte zonnige dag? Als je het goed doet zal de zon altijd je vriend zijn.
1. Pas op voor overbelichting
Je smeert zonnebrandcrème op omdat je weet dat je blote huid verbrandt in de middagzon. De situatie met een camera is vergelijkbaar. Tijdens de zomermaanden kan de zon erg fel zijn, vooral rond het middaguur. Let daarom goed op overbelichting. Kies indien mogelijk een lage ISO-waarde en pas vervolgens sluitertijd en diafragma aan de gewenste foto aan. Op een zeer heldere dag zijn sluitertijden van 1/1000 s of korter helemaal niet uitzonderlijk.

Wees niet verbaasd als de sluitertijd tot 1 / 1000s of zelfs 1 / 1500s verhoogd moet worden. Dit is heel normaal midden op een zeer heldere dag.
2. Probeer de middag te vermijden
Voor veel onderwerpen is licht van een lagere zonnestand aantrekkelijker dan het harde licht rond het midden van de dag. Vooral bij portretten kan een hoogstaande zon diepe schaduwen onder ogen, neus en kin veroorzaken. In de ochtend en later in de middag valt het zonlicht schuiner in en krijg je vaak een zachtere en meer ruimtelijke lichtwerking. Kun je niet wachten, zoek dan schaduw of gebruik het harde zonlicht juist bewust in je compositie.
Dit is natuurlijk niet altijd mogelijk. Als je al onderweg bent, laat het felle zonlicht je er dan niet van weerhouden om foto’s te maken. Met de volgende tip kun je ook in minder ideale lichtomstandigheden toch tot een goed resultaat komen.

3. Gebruik een invulflits
De middagzon is hard. Het verlicht niet alleen onderwerpen zeer sterk, het kan ook enkele zeer donkere schaduwen creëren. Als je vriend (in) een hoed draagt of zijn gezicht van de zon afgedraaid heeft, wil je zeker een invulflits gebruiken om enkele van de donkere plekken te verlichten. In de meeste gevallen is de ingebouwde flitser voldoende. Alleen de instellingen dienen gewijzigd te worden in de flitsmodus, zodat er niet te veel flitser gebruikt wordt als er maar een kleine hoeveelheid nodig is.
Midden op de dag een flitser gebruiken, lijkt misschien heel vreemd en niet intuïtief. Er is tenslotte veel licht, dus waarom zou je een flitser nodig hebben?
Dit heeft te maken met de aanwezigheid van ongelijke verlichting. Omdat de zon zo fel is, past de camera de sluitertijd aan zodat geen enkel beeld te helder wordt. Dat betekent dat de gearceerde gebieden nog minder verlicht lijken dan de verlichte gebieden. Om de duisternis te compenseren, moet je wat extra licht op de donkere gebieden werpen om ze gelijk te maken aan de rest van de foto. Men zal dit misschien vreemd vinden, maar het is absoluut noodzakelijk.

Hoe je invulflits instelt verschilt per camera en flitser. Begin met een bescheiden flitssterkte: het doel is meestal niet om de zon te overtreffen, maar alleen om donkere schaduwen subtiel op te helderen.
4. Verzacht het zonlicht met een diffuser
Fel zonlicht kan bij portretten harde schaduwen en sterke contrasten veroorzaken. Met een diffuser kun je het licht zachter maken voordat het op je onderwerp valt. Plaats de diffuser tussen de zon en de persoon die je fotografeert, zodat het directe zonlicht wordt verspreid en de schaduwen minder hard worden.
Een opvouwbare diffuser of een reflectiescherm met diffuus doek is hiervoor een praktische oplossing. Heb je die niet bij de hand, dan kun je het onderwerp ook in open schaduw plaatsen, bijvoorbeeld aan de rand van een gebouw of onder een afdak. Zo blijft er voldoende licht aanwezig, maar wordt het veel gelijkmatiger.
5. Profiteer van het vele licht
Fel zonlicht is niet voor ieder landschap ideaal, maar het biedt wel veel mogelijkheden. Dankzij de grote hoeveelheid licht kun je lage ISO-waarden en korte sluitertijden gebruiken. Voor landschappen kan een diafragma rond f/8 of f/11 een goed uitgangspunt zijn wanneer je veel scherptediepte wilt, al hangt de beste instelling af van het onderwerp en de gebruikte lens.
Bij wildlife en andere bewegende onderwerpen is het vele licht een voordeel omdat je korte sluitertijden kunt gebruiken om beweging te bevriezen. Sluitertijden van 1/1000 s of korter kunnen bij snel bewegende dieren goed van pas komen.

Met deze vijf tips zou je makkelijker het beste uit een perfect zonnige dag moeten kunnen halen. Vergeet niet extra voorzichtig te zijn met overbelichting en gebruik een invulflits wanneer er schaduwen op het onderwerp zitten. De rest is net zo eenvoudig als een wandeling door het park.




