Button om omhoog te scrollen naar bovenkant pagina

FOTOGRAFIE

close icon

Objectieven voor beginners: zo kies je de juiste lens

Objectieven voor beginners: zo kies je de juiste lens

Een nieuwe lens kiezen kan als beginnende fotograaf behoorlijk ingewikkeld lijken. Er zijn tientallen brandpuntsafstanden, verschillende lichtsterktes en per fabrikant een hele reeks afkortingen. Toch hoef je niet alle techniek te begrijpen om een goede keuze te maken. Begin niet bij de specificaties, maar bij een veel eenvoudigere vraag: wat wil je fotograferen?

Een landschapsfotograaf stelt andere eisen aan een objectief dan iemand die vogels, portretten of concerten fotografeert. Wie vooral op reis gaat, wil misschien juist één lens die veel situaties aankan. Zodra je een paar belangrijke eigenschappen van objectieven begrijpt en weet wat je van een lens verwacht, wordt het aanbod een stuk overzichtelijker.

Begin bij je onderwerp

Brandpuntsafstand bepaalt voor een belangrijk deel hoeveel je in beeld krijgt en hoe groot een onderwerp in beeld verschijnt. Een korte brandpuntsafstand geeft een ruime beeldhoek, een lange brandpuntsafstand haalt onderwerpen dichterbij.

Verschillende camera-objectieven met uiteenlopende brandpuntsafstanden

Voor landschap, architectuur en interieur ligt een groothoek voor de hand. Voor dagelijks gebruik, reizen en reportages is een standaardobjectief of standaardzoom meestal het meest praktisch. Portretfotografen kiezen vaak een lichtsterke normale of korte telelens, terwijl voor sport en wildlife vooral een groter telebereik belangrijk is.

Voor kleine onderwerpen zoals bloemen, insecten en producten komt daar nog een andere eigenschap bij: de maximale vergrotingsmaatstaf. Een echte macrolens haalt doorgaans 1:1, waarbij het onderwerp op ware grootte op de sensor kan worden afgebeeld.

Dat is eigenlijk de eerste selectie. Pas daarna krijgen de overige specificaties betekenis.

Brandpuntsafstand

Op ieder objectief staat een brandpuntsafstand in millimeters. Bij een zoomlens zijn dat twee waarden, bijvoorbeeld 24-70mm. Bij een lens met een vast brandpunt staat één waarde, bijvoorbeeld 50mm.

Hoe kleiner het getal, hoe groter de beeldhoek. Een 16mm laat veel van de omgeving zien, terwijl een 300mm een veel kleiner deel daarvan in beeld brengt.

Daarbij speelt ook het formaat van de sensor een rol. Een 50mm geeft op een full-framecamera een andere beeldhoek dan op een APS-C-camera. Op APS-C wordt de beeldhoek kleiner en gedraagt dezelfde 50mm zich daardoor meer als een korte telelens.

Kijk bij het vergelijken van brandpuntsafstanden dus altijd naar de combinatie van lens en sensorformaat.

Zoom of vast?

Een zoomlens bestrijkt meerdere brandpuntsafstanden. Dat is praktisch: zonder van lens te wisselen kun je van een overzicht naar een detail gaan. Daarom is een standaardzoom voor veel fotografen een logisch uitgangspunt.

Een objectief met een vast brandpunt kan niet zoomen. Daar staat vaak een grotere lichtsterkte en een relatief compacte constructie tegenover. Een vast brandpunt kan je bovendien dwingen bewuster een standpunt te kiezen: in plaats van aan de zoomring te draaien, moet je zelf naar voren of naar achteren.

Fotograaf met camera en objectief tijdens het fotograferen

Het oude idee dat een vast brandpunt per definitie veel scherper is dan een zoomlens gaat bij moderne kwaliteitsobjectieven niet altijd meer op. Ook goede zoomlenzen kunnen optisch zeer hoge prestaties leveren. De keuze tussen een zoomlens en een vaste brandpuntsafstand draait daarom niet alleen om beeldkwaliteit, maar ook om gebruiksgemak, lichtsterkte, formaat en gewicht.

Een superzoom vormt een categorie apart. Zo'n lens bestrijkt groothoek tot tele en is vooral op reis bijzonder gemakkelijk. De keerzijde kan een kleinere maximale lensopening zijn en er zijn meer optische compromissen nodig om zo'n groot bereik in één objectief onder te brengen.

Lichtsterkte

Naast de brandpuntsafstand staat op een lens de maximale lensopening vermeld, bijvoorbeeld f/1.4, f/2.8 of f/4.

Hoe lager het getal, hoe groter de opening en hoe meer licht de lens maximaal kan doorlaten. Dat is vooral prettig bij fotograferen bij weinig licht. Je kunt dan een kortere sluitertijd of een lagere ISO-waarde gebruiken. Een grote lensopening maakt het bovendien gemakkelijker om een onderwerp scherp af te beelden tegen een onscherpe achtergrond.

Bij zoomlenzen is de maximale lensopening niet altijd over het hele bereik gelijk. Een 24-70mm f/2.8 kan zowel bij 24mm als bij 70mm tot f/2.8 worden geopend. Staat er bijvoorbeeld f/3.5-6.3 op een lens, dan wordt de grootste beschikbare lensopening kleiner naarmate je verder inzoomt.

Vrouw loopt over straat in warm avondlicht, gefotografeerd bij weinig licht

Dat is niet automatisch een nadeel. Een variabele maximale lensopening maakt het mogelijk een zoomlens kleiner, lichter en betaalbaarder te bouwen. Wie veel bij weinig licht fotografeert of regelmatig korte sluitertijden nodig heeft, zal meer voordeel hebben van een constante f/2.8 of f/4.

Een grote lensopening betekent overigens niet dat de lens bij die instelling automatisch zijn beste optische prestaties levert. Veel objectieven worden qua scherpte en gelijkmatigheid nog iets beter wanneer je één of twee stops diafragmeert.

Sensor en vatting

Een lens moet natuurlijk op de camera passen. Canon RF, Nikon Z, Sony E, Fujifilm X, Micro Four Thirds, L-Mount en Pentax K zijn verschillende lenssystemen. Daarnaast bestaan oudere DSLR-vattingen zoals Canon EF en Nikon F.

De vatting is echter niet het enige waar je op moet letten. Objectieven worden ook voor een bepaald sensorformaat ontworpen.

Een full-frameobjectief kan binnen hetzelfde systeem doorgaans ook op een APS-C-camera worden gebruikt. Andersom ligt dat anders. Een APS-C-objectief projecteert meestal een kleinere beeldcirkel. Een full-framecamera kan dan automatisch overschakelen op een cropmodus of er kunnen donkere beeldranden ontstaan.

Heb je nog goede DSLR-objectieven, dan hoeven die niet meteen te worden afgeschreven. Met een geschikte adapter zijn veel oudere lenzen ook op moderne systeemcamera's te gebruiken. Controleer wel of functies als autofocus, diafragmaregeling en beeldstabilisatie behouden blijven.

Beeldkwaliteit

Scherpte is belangrijk, maar vertelt niet het hele verhaal. Een objectief kan in het midden zeer scherp zijn terwijl de hoeken achterblijven. Ook kunnen vervorming, lichtafval en chromatische aberratie zichtbaar zijn. Bij fel tegenlicht kunnen bovendien flare en reflecties ontstaan.

Vrouw op rode bank van bovenaf gefotografeerd met geringe scherptediepte

Vervorming zie je bijvoorbeeld wanneer rechte lijnen bol of hol worden weergegeven. Bij groothoek komt tonvormige vervorming relatief vaak voor; aan de telekant kan kussenvormige vervorming optreden. Vignettering is lichtafval richting de hoeken van het beeld.

Chromatische aberratie kan zichtbaar worden als gekleurde randjes langs harde contrasten.

Moderne camera's en RAW-programma's corrigeren verschillende lensafwijkingen tegenwoordig automatisch. Daardoor zijn onder meer vervorming, vignettering en bepaalde kleurafwijkingen minder problematisch dan vroeger. Toch blijft de optische kwaliteit belangrijk. Detail dat een objectief niet goed registreert, kan achteraf niet volledig worden teruggebracht.

Beeldstabilisatie

Beeldstabilisatie kan vooral bij langere brandpuntsafstanden en langere sluitertijden veel verschil maken. Afhankelijk van het merk kom je aanduidingen tegen als IS, VR, OS en OIS.

Daarnaast beschikken veel moderne camera's over stabilisatie in de camerabody, vaak aangeduid als IBIS. Bij bepaalde combinaties kunnen de stabilisatie in camera en objectief samenwerken.

Stabilisatie corrigeert echter vooral beweging van de fotograaf en camera. Een bewegend onderwerp wordt er niet door stilgezet. Voor een vliegende vogel, een sporter of een rennend kind blijft een voldoende korte sluitertijd noodzakelijk.

Niet alle letters zijn belangrijk

Lensnamen kunnen behoorlijk lang zijn. Fabrikanten gebruiken allerlei afkortingen voor onder meer autofocusmotoren, speciale glassoorten, afdichting en stabilisatie. Laat je daar bij een eerste selectie niet door afleiden.

Begin met vier zaken: brandpuntsafstand, maximale lensopening, vatting en sensorformaat. Kijk daarna naar eigenschappen als stabilisatie, weersafdichting, autofocus, minimale scherpstelafstand en gewicht.

Ook de aanduiding Macro verdient aandacht. Niet iedere lens waarop macro staat, haalt daadwerkelijk een vergrotingsmaatstaf van 1:1.

Welke lens waarvoor?

Voor landschap, architectuur en interieur is een groothoek meestal het uitgangspunt. Op full-frame kun je bijvoorbeeld denken aan ongeveer 16-35mm. Op APS-C liggen vergelijkbare beeldhoeken bij kortere brandpuntsafstanden.

Een Sony FE 16-25mm F2.8 G laat goed zien wat een moderne groothoekzoom kan bieden: een ruime beeldhoek, een relatief hoge lichtsterkte en toch bescheiden afmetingen.

Let bij zeer groothoekige lenzen wel extra op vervorming aan de randen en op de positie van mensen in beeld. Hoe dichter iemand bij de rand staat, hoe onnatuurlijker de verhoudingen kunnen worden.

Voor reizen, straatfotografie, familie en dagelijks gebruik is een standaardzoom bijzonder veelzijdig. Rond 24-70mm op full-frame en ongeveer 16-55mm op APS-C bestrijk je van lichte groothoek tot korte tele.

De Sony FE 24-50mm F2.8 G is bijvoorbeeld compact en lichtsterk, terwijl de Fujifilm XF16-55mm F2.8 R LM WR IIop Fujifilm X een groter zoombereik combineert met een constante maximale opening van f/2.8.

Fujifilm XF16-55mm F2.8 R LM WR II standaardzoomobjectief
Fujifilm XF16-55mm F2.8 R LM WR I

Wie juist zo klein mogelijk wil reizen, kan ook voor een vaste compacte lens kiezen. Een Nikon Z 26mm f/2.8 neemt nauwelijks ruimte in en past daardoor goed bij straat- en reisfotografie.

Bij portretten zijn 50mm en 85mm op full-frame klassieke brandpuntsafstanden. Een Sony FE 85mm F1.4 GM II is daar een uitgesproken voorbeeld van.

Op APS-C kom je voor een vergelijkbare beeldhoek eerder rond 35mm tot 56mm uit. Een Fujifilm XF56mm F1.2 R WR geeft op een Fujifilm X-camera ongeveer de beeldhoek die je van een 85mm op full-frame verwacht.

Een lichtsterke standaardlens zoals de Nikkor Z 50mm f/1.4 is wat breder inzetbaar. Ook fabrikanten als Sigma bieden veel lichtsterke vaste brandpunten voor verschillende spiegelloze systemen.

Voor sport, vogels en wildlife is vooral telebereik belangrijk. Een 70-200mm is veelzijdig, maar voor vogels en dieren op grotere afstand kom je al snel bij 300, 400 of 500mm terecht.

Een Canon RF 75-300mm F4-5.6 kan een relatief eenvoudige manier zijn om met telefotografie te beginnen. Wie veel vogels of wildlife fotografeert, kijkt eerder naar een langere telezoom zoals de Tamron 150-500mm voor Fujifilm X of een vergelijkbaar objectief.

Wildlifefoto gemaakt met de Tamron 150-500mm telezoom voor Fujifilm X
foto: © Yuki Imaura - Tamron 150-500mm voor Fujifilm X

Bij sommige telelenzen kun je bovendien een 1,4×- of 2×-teleconverter gebruiken voor extra bereik. Je levert daarbij lichtsterkte in en niet iedere lens ondersteunt zo'n converter, dus controleer altijd welke combinaties officieel geschikt zijn.

Voor macro en close-up kijk je vooral naar de vergrotingsmaatstaf en de werkafstand. Een langere macrolens geeft meer afstand tot het onderwerp, wat bijvoorbeeld bij insecten prettig kan zijn.

Een voorbeeld voor Fujifilm X is de Fujifilm XF30mm F2.8 R LM WR Macro. Andere merken hebben macro-objectieven met uiteenlopende brandpuntsafstanden en werkafstanden.

Duurder is niet altijd beter

Een duurdere lens kan beter gebouwd zijn, een hogere lichtsterkte hebben, sneller scherpstellen, beter zijn afgedicht en optisch hogere prestaties leveren. Maar dat betekent niet dat iedere fotograaf daar automatisch iets aan heeft.

Een zware professionele 24-70mm f/2.8 kan fantastisch zijn, maar als je vooral op vakantie fotografeert en hem thuislaat omdat hij te groot en zwaar is, heb je meer aan een compactere lens die je wél meeneemt.

De beste lens is daarom niet per definitie de lens met de hoogste testscore. Het is de lens waarvan de eigenschappen aansluiten bij jouw manier van fotograferen.

Probeer hem uit

Specificaties vertellen veel, maar niet hoe een objectief op jouw camera aanvoelt. Probeer een lens daarom, wanneer dat mogelijk is, vóór aankoop.

Maak een opname op volle opening en één of twee stops gediafragmeerd. Test een zoomlens zowel op het kortste als op het langste brandpunt en fotografeer ook eens tegen het licht. Let op de snelheid en betrouwbaarheid van de autofocus en kijk vooral naar gewicht, balans en bediening op je eigen camera.

Bij een tweedehands objectief zijn ook krassen, schimmel, speling en stroef draaiende zoom- of scherpstelringen aandachtspunten. Zo'n korte praktijktest zegt vaak meer dan nog een half uur specificaties vergelijken.

Camera met verschillende objectieven op tafel om een lens te kiezen

Wie één lens voor zoveel mogelijk situaties zoekt, komt vaak bij een goede standaardzoom uit. Wil je meer fotograferen bij weinig licht of spelen met scherptediepte, dan kan een lichtsterk vast brandpunt een mooie volgende stap zijn.

Voor sport, wildlife en vogels heb je vooral meer bereik nodig. Voor kleine onderwerpen een echte macrolens. En merk je tijdens het fotograferen steeds opnieuw dat je huidige objectief nét niet groothoekig, lichtsterk of lang genoeg is, dan weet je eigenlijk al waar je volgende lens aan moet voldoen.

Zo bouw je ook het meest logisch een set objectieven op: niet omdat een bepaalde lens bestaat, maar omdat je tijdens het fotograferen merkt dat je hem nodig hebt.

Bestel dit boek
Zeg het voort...
Fotografie.nl wordt mede mogelijk gemaakt door:
Ga naar bol.com