Om de lucht dieper van kleur te maken wordt doorgaans het polarisatiefilter aanbevolen. Maar veel landschapsfotografen zweren bij het grijsverloopfilter (graduated filter). Ze hebben er goede redenen voor. Beide filters doen namelijk iets anders en kunnen elkaar zelfs aanvullen.
Met een polarisatiefilter kun je het blauw van de lucht intenser en dieper maken. Het filter is in zijn vatting draaibaar. Je kijkt in de zoeker of op het lcd-scherm en draait aan het filter totdat je de gewenste werking hebt gevonden.
Het polarisatiefilter vermindert reflecties, bijvoorbeeld op gras en gebladerte. Verminder je die reflecties, dan zie je de werkelijke kleur beter. Op die manier versterk je met een polafilter – dat is de korte naam – kleuren, waaronder het blauw van de lucht.

Bij moderne digitale camera’s wordt vrijwel altijd een circulair polarisatiefilter gebruikt, ook wel CPL-filter genoemd. Zo’n filter houdt doorgaans ook één tot twee stops licht tegen. Daardoor kan een wat langere sluitertijd nodig zijn. In ons overzicht van verschillende camerafilters lees je ook wat ND-filters, UV-filters en andere filters doen.
Schuin
Met het polarisatiefilter kun je ook spiegelingen verminderen, bijvoorbeeld in een wateroppervlak. Vaak wil je wel blijven zien dat het water is. Dan draai je het filter niet in zijn maximale stand.
Wil je kleuren in een landschap intensiveren, dan is de werking maximaal wanneer je de zon opzij hebt.
Verminder je de spiegeling in een bosbeek volledig, dan zie je haast niet meer dat er een waterstroom aanwezig is. Het lijkt eerder een zandpad. Verdraai je het filter iets, zodat er toch nog enige spiegeling blijft, dan blijf je zien dat het water is, terwijl je ook door het water heen kunt kijken.
De werking van een polarisatiefilter is het sterkst wanneer je ongeveer in een hoek van 90 graden ten opzichte van de zon fotografeert. Met de zon recht voor of achter je kun je de lucht met een polarisatiefilter nauwelijks donkerder maken.
Let bij een groothoekobjectief goed op. Door de grote beeldhoek kan het polarisatie-effect in de lucht ongelijkmatig worden. Het ene deel van de lucht wordt dan veel donkerder dan het andere. Draai het filter in dat geval iets terug. Ook is het verstandig om bij de aanschaf van een objectief te letten op de filtermaat. Lees daarom ook welke lens je nodig hebt voor landschapsfotografie.

Een polarisatiefilter werkt vooral bij reflecties op water, glas, bladeren en andere niet-metalen oppervlakken. Reflecties op metaal kun je er niet op dezelfde manier mee verminderen.
Contrast
Er zijn veel omstandigheden waaronder je met een polarisatiefilter niets – of maar weinig – kunt beginnen om de lucht donkerder te krijgen. Met de zon in de rug bijvoorbeeld, of recht voor je, zoals bij een zonsondergang. Bij bewolkt weer is de werking op de lucht eveneens beperkt.
Het probleem is vaak niet dat er geen tekening in de lucht zit. Denk aan een wolkenlucht. Het probleem zit hem eerder in het grote contrast tussen land en lucht. Het verschil in helderheid is dan te groot om alles binnen één beeld met volle doortekening weer te geven.
Je krijgt óf de lucht er goed doortekend op, maar dan wordt de voorgrond te donker, óf je krijgt de voorgrond er goed op en dan wordt de lucht te flets. Moderne camera’s kunnen een groter helderheidsverschil vastleggen dan vroeger, zeker wanneer je in RAW fotografeert. Toch kan het contrast tussen een heldere lucht en een donker landschap nog altijd te groot zijn.
Wat je met een grijsverloopfilter doet is niets meer en niets minder dan contrastbeheersing.
Een praktische oplossing is het gebruik van een grijsverloopfilter. De bovenste helft daarvan is grijs en maakt de lucht donkerder. De onderste helft is helder en laat het beeld ongemoeid. De overgang van grijs naar helder verloopt geleidelijk of gradueel, vandaar de Engelse benaming graduated filter. Een goede Nederlandse naam is grijsverloopfilter.

Verloopfilters zijn er niet alleen in grijs, maar ook in kleur. Daarmee kun je bijvoorbeeld een warme tint aan een lucht toevoegen. Zulke kleureffecten worden tegenwoordig meestal tijdens de nabewerking aangebracht, omdat ze dan beter te doseren zijn. Voor het verkleinen van het helderheidsverschil blijft een neutraal grijsverloopfilter echter goed bruikbaar.
Filterhouder
Grijsverloopfilters zijn meestal rechthoekig en passen in een speciale filterhouder die je op het objectief bevestigt. Het filter is verschuifbaar, zodat je de overgang tussen grijs en transparant kunt plaatsen waar die het beste uitkomt. Wie hiermee wil beginnen, kan kiezen voor een losse houder met adapterring of voor een complete filterhouderkit met grijsverloopfilters.
Koop je voor iedere filtermaat in je uitrusting een passende adapterring, dan kun je dezelfde filterhouder en filters op meerdere objectieven gebruiken.
Cokin is een bekende fabrikant van dit soort filters. De klassieke P-serie bestaat nog steeds en wordt tegenwoordig ook aangeduid als het M-formaat. Daarnaast zijn er grotere systemen voor objectieven met een grotere diameter of een zeer ruime beeldhoek. Ook merken als LEE, NiSi, Kase, Haida en Benro bieden complete filtersystemen aan.
De filterhouder wordt op een adapterring bevestigd die je op het objectief schroeft. Vervolgens schuif je het verloopfilter in de houder. Bij sommige systemen is ruimte voor meerdere filters of voor een afzonderlijk polarisatiefilter.
Let bij groothoekobjectieven op mogelijke vignettering. Een dikke filterhouder of meerdere filters voor elkaar kunnen donkere hoeken in beeld veroorzaken. Voor zeer grote beeldhoeken bestaan speciale houders. Sommige moderne ultragroothoekobjectieven, zoals de Samyang AF 14-24mm F2.8 voor L-Mount, bieden juist ruimte voor gewone 77mm-schroeffilters.
Het kan toch ook in Photoshop?
Menigeen zegt: weg met die filters, het kan toch ook in Photoshop of Lightroom? Dat is voor een deel waar. Met een lineair verloopmasker of een automatische luchtselectie kun je de lucht donkerder maken en lokaal het contrast aanpassen.
Daarbij geldt wel een belangrijke voorwaarde: de informatie moet tijdens de opname zijn vastgelegd. Zijn de lichte delen van de lucht volledig wit uitgebeten, dan kun je de oorspronkelijke wolken en nuances niet achteraf terugbrengen.
In een RAW-bestand kan vaak nog behoorlijk wat detail in lichte en donkere delen worden hersteld. Daardoor is een fysiek grijsverloopfilter minder onmisbaar geworden dan vroeger. Gebruik je het filter tijdens de opname, dan verklein je het contrast echter al voordat het licht de sensor bereikt. Dat kan vooral bij een zeer heldere lucht nog steeds voordeel opleveren.
Een fysiek verloopfilter heeft ook een beperking. Bergen, bomen en gebouwen die boven de horizon uitsteken worden aan de bovenzijde eveneens donkerder. Bij een grillige horizon kan een digitaal masker daarom nauwkeuriger zijn.
Soorten grijsverloopfilters
Grijsverloopfilters zijn verkrijgbaar in verschillende sterktes. Je kunt kiezen voor een subtiele aanpassing, waarbij het effect natuurlijk blijft, of voor een krachtige correctie bij een groot helderheidsverschil.
Daarnaast verschilt de overgang tussen het donkere en transparante deel:
- Een soft grad heeft een zachte, brede overgang en is bruikbaar bij een grillige horizon met bijvoorbeeld bomen of bergen.
- Een hard grad heeft een duidelijkere overgang en past goed bij een rechte horizon, zoals aan zee.
- Een medium grad zit tussen beide uitvoeringen in.
- Een reverse grad is het donkerst rond de horizon en wordt naar boven toe lichter. Dat is handig bij een zonsopkomst of zonsondergang.
Je kunt het filter binnen de houder omhoog en omlaag schuiven. Hoeveel speelruimte je hebt, hangt af van de grootte van het filter, de diameter van het objectief en de gebruikte beeldhoek.
Veelvoorkomende sterktes zijn:
- 1 stop: subtiele werking, aangeduid als ND2 of 0.3 ND
- 2 stops: duidelijk zichtbare werking, aangeduid als ND4 of 0.6 ND
- 3 stops: krachtige werking, aangeduid als ND8 of 0.9 ND
Ga je net beginnen met grijsverloopfilters, dan is een uitvoering van twee stops vaak een bruikbare eerste keuze. Wie meerdere sterktes wil uitproberen, kan ook kiezen voor een complete set grijsverloopfilters. Welke overgang het geschiktst is, hangt vooral af van de landschappen die je fotografeert.
En HDR dan?
Met HDR – High Dynamic Range – maak je meerdere opnamen met verschillende belichtingen, die je vervolgens in een beeldbewerkingsprogramma tot één beeld combineert. Je maakt bijvoorbeeld een ruim belichte opname waarop het land goed zichtbaar is en een donkerdere opname waarin de nuances van de wolken behouden blijven.
Werk bij voorkeur vanaf een stevig fotostatief, zodat de compositie tussen de verschillende opnamen niet verandert.
Moderne software kan de opnamen automatisch uitlijnen. Kleine bewegingen, bijvoorbeeld van bladeren of mensen, kunnen met een deghostingfunctie gedeeltelijk worden gecorrigeerd. Toch blijven sterke bewegingen tussen de opnamen een aandachtspunt.
HDR wordt soms geassocieerd met een overdreven, bijna magisch-realistisch effect, maar dat hoeft helemaal niet. Met een rustige nabewerking kun je HDR uitstekend gebruiken voor natuurlijke contrastbeheersing. Bij een beperkt helderheidsverschil kan één goed belicht RAW-bestand al voldoende zijn.
Een grijsverloopfilter, een RAW-bewerking en HDR zijn dus geen oplossingen die elkaar uitsluiten. Het grijsverloopfilter brengt het helderheidsverschil al tijdens de opname terug. Een digitaal verloopmasker geeft achteraf meer plaatselijke controle, terwijl HDR uitkomst kan bieden wanneer het totale contrast te groot is voor één opname.
En het polarisatiefilter? Dat blijft een ander verhaal. De manier waarop het reflecties vermindert en kleuren beïnvloedt, is achteraf niet volledig na te bootsen. Daarom kunnen een polarisatiefilter en een grijsverloopfilter prima naast elkaar in de fototas zitten.
Wie zich verder wil verdiepen in licht, compositie, filters en andere technieken kan ook het artikel over het Handboek Landschapsfotografie bekijken.
Lees ook: Polarisatiefilter: wat doet het en wanneer gebruik je het?.




