Jan van der Horn (1951) is fotograaf in Amsterdam en ontdekte het medium fotografie op het Dalton Lyceum in Voorburg. Zwaaiend met zijn perskaart en fototoestel kreeg hij toegang tot de grote wereld: de deuren achter de podia gingen open, bij sterren als Frank Zappa, Elton John, The Byrds en Pink Floyd. Na de middelbare school volgde hij de opleiding fotografie aan de Rietveld Academie in Amsterdam en assisteerde hij Chris Paul Stapels en later Jaap de Graaf. Daar sliep hij in de studio achter de papierrollen en was hij dag en nacht in de donkere kamer om het vak te leren. Een grote opdrachtgever was The Polaroid Corporation. Door eerst een Polaroid te trekken op de achterwand van zijn Hasselblad, en later te werken met 4x5" en zelfs 8x10" materiaal, leerde hij het vak verstaan.
Uiteindelijk kwam Jan uit bij geënsceneerde fotografie. In zijn studio op de Bloemgracht begon hij zijn eigen wereld te scheppen: decors bouwen, achtergronden schilderen en werken aan het moment tussen dag en nacht, het twilight, het magische uur. Zijn atelier verandert langzaam in een fotostudio. Het is als tuintjes maken: met papier, klei, karton, koper, kleurpigment en fietslampjes maakt hij een wonderwereld die hij vervolgens fotografisch vastlegt. Plat groen karton wordt riet, rode zijde verandert door Paverpol in bloeiende rozen en fietslampjes worden dwaallichtjes.
Inmiddels werkt Jan vanuit zijn fotostudio op het Zamenhof-terrein in Amsterdam-Noord, een creatieve rafelrand waar ateliers, werkplaatsen, vreemde vogels en bedrijfjes samenkomen. Zijn aanpak bestaat niet uit een vast plan: hij begint gewoon en ziet, samen met Leyla, waar het werk uitkomt. Hij laat zich door de materie leiden, schept de voorwaarden en drukt op het juiste moment op het knopje. Maanlicht, zwart-wit, het magische uur en de controle van de studio spelen een grote rol in zijn werk. Of, zoals hij het zelf samenvat: sprookjes te vangen.