Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Cameratips

Supertelelenzen, hoe gebruik je ze?

In de wereld van de fotografie hebben lange en lichtsterke telelenzen altijd een bijzondere aantrekkingskracht gehad op fotografen. Deze lenzen worden gebruikt bij voetbalwedstrijden, bij natuurfotografie, maar ook door mode-, architectuur- en landschapsfotografen. Dit artikel gaat in op het gebruik en de eigenschappen van deze lenzen.

Veel fotografen werken met telelenzen zoals een 300MM/F4.0, een 400MM/F5.6 of een 500MM/F5.6. In vergelijking hiermee zijn supertelelenzen zoals een 300 MM/F2.8 of 500MM/F4.0 groot en zwaar, het vergt oefening om er scherpe foto’s mee te maken en ze zijn vooral erg duur.

Wat zijn nu de voor- en nadelen van deze supertelelenzen ten opzichte van de eerder genoemde lenzen?

Lichtsterkte

Supertelelenzen hebben een grote frontlens waar veel licht door naar binnen kan vallen. Hierdoor zijn ze uitzonderlijk lichtsterk. Denk aan lichtsterktes van F2.8 voor een 300MM of 400MM en aan F4.0 voor lenzen van 500 MM en 600MM.

foto: Jan Duker
Poolvos op Spitsbergen, 300MM/F2.8 uit de hand, diafragma F5.6, sluitertijd 1/500 s

Onder slechte lichtomstandigheden heeft de fotograaf nu de mogelijkheid om met volle opening te fotograferen, dus met diafragma F2.8 of F4.0, om zo een voldoende snelle sluitertijd te realiseren waardoor bewegingsonscherpte wordt voorkomen. Deze lenzen bieden over het algemeen zulke goede resultaten, dat het werken met volle opening niet of nauwelijks tot kwaliteitsverlies leidt.

Gebruik van teleconverters

Alle grote merken bieden teleconverters aan die gecombineerd kunnen worden met supertelelenzen. Tegenwoordig worden teleconverters speciaal ontwikkeld voor en afgestemd op gebruik met deze supertelelenzen.

Op deze manier gebruik je je lichaam om trillingen
in je camera/lens combinatie op te vangen...

Afhankelijk van het type wordt de brandpuntsafstand met een factor 1.4 of 2.0 verlengd. Ook zijn er teleconverters die een verlengingsfactor van 1.7 hanteren. Zie voor teleconverters ook het artikel Vogelfotografie – Deel 2 in ARTIKELEN.

Uit de hand of vanaf statief?

Supertelelenzen zijn zwaar. Afhankelijk van de brandpuntsafstand varieert dit van 2 tot ruim 5 kilo. Met de 300 MM/F2.8, al dan niet in combinatie met een converter, kun je bij hoge sluitertijden nog wel uit de hand werken. Met de langere telelenzen is dit ondoenlijk zonder in te boeten op scherpte in de opnamen.

Het gebruik van een goed statief is erg belangrijk maar leidt niet automatisch tot goede resultaten. Bij veel wind vormt een supertelelens een groot oppervlak. Hierdoor ontstaan gemakkelijk trillingen die tot onscherpte kunnen leiden in de opname.

Het is dus belangrijk hoe de combinatie van camera, lens en statief wordt gehanteerd. Houdt met je ene hand de camera goed vast en leg je andere hand bovenop de lens, in de buurt van het zwaartepunt. Druk je gezicht tegen de achterkant van de camera, en druk de ontspanknop nu langzaam in. Op deze manier gebruik je je lichaam om trillingen in je camera/lens combinatie op te vangen. Zo zorg je voor goede stabilisatie van de gehele combinatie.

Een extra hulp is de beeldstabilisatie die tegenwoordig in alle nieuwere supertelelenzen is ingebouwd. Deze bestaat uit twee bewegende lenselementen die trachten de trillingen in de lens te compenseren, waardoor de kans op scherpe opnames wordt vergroot. In het artikel Vogelfotografie – Deel 2 in ARTIKELEN wordt ook aandacht besteed aan het belang van een goed statief en aan beeldstabilisatie.

Tussenringen zorgen er voor dat de minimale instelafstand wordt verkleind,
waardoor je een onderwerp groter in beeld kunt brengen

Opklappen spiegel

Als de ontspanknop wordt ingedrukt, klapt de spiegel op voordat het sluitergordijn open gaat en er licht op de sensor kan vallen. Door de spiegelbeweging ontstaan trillingen in de camera, die met name bij lange sluitertijden kunnen leiden tot onscherpe opnames. Sommige camera’s bieden daarom de mogelijkheid om de spiegel van te voren op te klappen en vast te zetten, voordat de foto wordt gemaakt.

Om een foto te maken gebruiken we dan de zelfontspanner of een draadontspanner. Zo voorkomen we dat we de camera aan moeten raken, wat ook weer tot bewegingsonscherpte kan leiden. Omdat we het onderwerp door de opgeklapte spiegel niet kunnen zien in de zoeker, is deze werkwijze alleen geschikt voor meer statische onderwerpen.

foto: Jan Duker
Zeehond op Helgoland, 600MM/F4.0 vanaf statief, diafragma F8.0, sluitertijd 1/800 s

Scherptediepte

Supertelelenzen hebben een beperkte scherptediepte. Hoe langer de telelens hoe korter het scherptedieptegebied. Is dit bij een 300MM/F2.8 bij diafragma F5.6 nog 2,5 meter, bij een 500MM/F4.0 is dit bij F5.6 slechts 1 meter, bij dezelfde afstand tot het onderwerp.

Hoe langer de telelens hoe korter het scherptedieptegebied

Wil je je meer verdiepen in de combinatie brandpuntsafstand, diafragma en scherptediepte, dan kun je op de site www.dofmaster.com voor jouw camera met lens, bij verschillende diafragma’s, de scherptediepte uitrekenen en printen. Handig voor onderweg.

Kenko tussenringen

Minimale instelafstand en tussenringen

Bij een supertelelens van 500MM of 600MM bedraagt de minimale instelafstand al gauw 4 tot 5 meter. De lens kan dan niet meer scherp stellen op voorwerpen die zich binnen deze afstand bevinden.

Tussenringen die bij macrofotografie worden gebruikt om kleine onderwerpen te fotograferen, kunnen met hetzelfde doel ook bij supertelelenzen worden gebruikt.

Tussenringen zorgen er voor dat de minimale instelafstand wordt verkleind, waardoor je een onderwerp groter in beeld kunt brengen.

Tussenringen zijn relatief goedkoop aan te schaffen. De grote cameramerken hebben ze allen in hun programma, maar er zijn ook andere merken zoals Kenko die deze ringen aanbieden, vaak in setjes van 3 stuks met verschillende lengtes. Let er wel op dat bij gebruik van een tussenring niet meer op oneindig scherpgesteld kan worden.

Jan Duker
| 02-12-2009