Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Tips from the Pro's

10 tips voor wildlife fotografie - poolexpeditie

Wildlife fotograaf Brutus Östling deelt de ervaringen van zijn poolexpeditie

Gerenommeerd wildlife-fotograaf Brutus Östling uit Zweden reist de hele wereld over om dieren in hun natuurlijke omgeving vast te leggen. Onlangs ging hij met het WWF en Norsk Polarinstitutt op poolexpeditie naar Spitsbergen om belangrijke gegevens te verzamelen over de ijsberenpopulatie.

foto: © Brutus Östling

Brutus Östling reisde met de wetenschappers mee naar de rand van het noordpoolgebied om foto’s te maken van de dieren die ze onderweg tegenkwamen en de expeditie visueel te documenteren. Speciaal voor Canon deelt hij zijn ervaringen. Lees verder voor de toptips van deze expert over wildlife fotografie in uitdagende omstandigheden.

1. Bescherm je uitrusting

Als ik naar koude plekken ga, gebruik ik altijd waterdichte apparatuur; ik gebruik alleen L-lenzen, die zijn afgedicht en probeer te werken met camera’s die ik ook lange tijd in zware regen- of sneeuwbuien kan gebruiken, zoals de EOS 1D-serie. Extra camerabatterijen zitten in een binnenzak, dicht tegen mijn lichaam om ze warm te houden. Als je geen lenzen of camera’s hebt die tegen een vochtige omgeving kunnen, neem dan iets mee om ze tegen water te beschermen.

2. Maak gebruik van Image Stabilizer-technologie

Tijdens mijn reizen werk ik graag met lenzen met Image Stabilizer-technologie, vooral als ik met een helikopter of boot op pad ben. Dat deze technologie helpt, zie je vooral bij lange telelenzen of sterke zoom. Voor de expeditie naar Spitsbergen kocht ik de EF 24-70 mm f/4 L IS USM met Image Stabilizer. Deze functie was voor mij belangrijker dan een iets helderder zoomlens zonder Image Stabilizer.

3. Zoomlenzen zijn belangrijk in het veld, maar vergeet ook geen lenzen met vast brandpunt en geringe scherptediepte mee te nemen

Ik werk graag met lenzen met een vast brandpunt en met een groot diafragma die een geringe scherptediepte geven en daarmee een onscherpe, zachte achtergrond. Zoals bijvoorbeeld de EF 35mm met f/1.4 of de EF 85 mm met f/1.2. Maar wanneer ik onder extreme en erg koude condities moet werken, zijn zoomlenzen veelzijdiger en is het niet nodig lenzen te verwisselen. Essentieel, want tijdens een sneeuwstorm brengt dat risico’s met zich mee. Ik heb de EF 16-35 mm f/2,8 L II USM heel lang gebruikt, maar werk graag met de nieuwe EF 24-70 mm f/4 L IS USM en de EF 70-300 mm f/4-5,6 L IS USM lens wanneer ik buiten in het veld of op een boot ben.

foto: © Brutus Östling

Ik probeer lenzen met een groot diafragma mee te nemen en ik gebruik die wanneer de condities dat toelaten. Tijdens de Canon-WWF expeditie naar Spitsbergen maakte ik bijna alle portretfoto’s van de bemanningsleden aan boord en de mensen in het team met die vaste lenzen, omdat ze een korte scherptediepte en een onscherpe achtergrond geven.

4. Sta vroeg op om het warme licht en de actie vast te leggen

Ik heb er een hekel aan om vroeg op te staan en zou eigenlijk elk ander beroep dan vogel- en wildlife-fotograaf moeten kiezen. Maar in het poolgebied of ver naar het noorden heb je ’s nachts of vroeg in de ochtend het beste licht. En ook in de natuur is alles, vooral de vogels, ‘s ochtends actiever.

5. Geniet ook van slecht weer

Als je werkt voor een bedrijf of een commercieel bureau, willen ze meestal foto’s waarop de zon schijnt. Foto’s die bij mooi weer zijn gemaakt, geven de mensen die naar de foto kijken een plezierig gevoel. Maar sommige van mijn beste foto’s zijn gemaakt onder de slechtste weersomstandigheden die je je maar kunt indenken. Zware regenbuien of sneeuwstormen zorgen voor schitterende actiebeelden, en soms kunnen donkere foto’s heel effectief zijn en vol drama zitten. Dus in plaats van niets te gaan doen wanneer het weer slecht is, kun je ook proberen er iets van te maken.

6. Blijf in beweging voor nieuwe perspectieven

Blijf altijd zoeken naar nieuwe opnamehoeken. Beweeg en kijk of er een andere, meer interessante hoek is. Probeer ook aan de achtergrond te denken wanneer je vogels of zoogdieren fotografeert. De achtergrond kan bijna net zo belangrijk zijn als het onderwerp zelf. Zelfs als je onderwerp perfect in beeld komt, kan een slechte achtergrond je opname verpesten. Soms kan een paar decimeter of een meter naar links of naar rechts het verschil maken.

foto: © Brutus Östling

En wanneer het mogelijk is, probeer te werken met een groothoeklens. Kom dichtbij zonder het onderwerp te storen. Als je op een boot bent, dan zijn de mogelijkheden misschien beperkt, maar kijk op zijn minst of je ergens anders kunt gaan staan of vanuit een lage of hoge positie kunt fotograferen.

7. De stand van de zon

Als er zon is, fotografeer dan niet alleen met de zon in je rug. Vaak heeft een foto met belichting vanaf de achterzijde veel meer impact, dus gebruik je flitser om je onderwerp te belichten als je niet wilt dat alles te donker wordt.

8. Wees voorzichtig

Wees voorzichtig, maar niet alleen omdat sommige dieren gevaarlijk kunnen zijn. Zie jezelf als een indringer en probeer vogels en dieren nooit te storen op een manier die schadelijk voor hen kan zijn. Enige bescheidenheid is gepast wanneer we in de wereld van andere dieren stappen.

9. Windrichting is essentieel

Wanneer je in de natuur fotografeert, is de windrichting heel belangrijk. Let altijd op de windrichting, vooral als je de mogelijkheid hebt om een andere plek te kiezen. In een omgeving met veel wind is het werken met zoogdieren het tegenovergestelde van werken met vogels. Wanneer je vogels fotografeert, probeer dan altijd te werken met wind in de rug. De reden is dat vogels alles TEGEN de wind in doen; van opstijgen en landen tot paren en poetsen, terwijl ze tegen de wind in hun evenwicht proberen te houden op takken. Om een vogel vanaf de voorzijde te fotograferen, moet je de wind in de rug hebben.

Wanneer je met grote zoogdieren werkt, is het precies andersom. Als de wind achter je vandaan komt, zal een wolf of een hert je al van grote afstand horen en ruiken, en krijg je nooit goede foto’s. Maar als de wind komt uit de richting waarin je het dier ziet, dan zullen ze heel dichtbij komen wanneer je stil bent en je niet beweegt.

10. Het is geen wedstrijd!

Ik zou geen wildlife-fotograaf zijn als ik het niet heel erg leuk vond en als ik er niet veel van zou leren. Laat je wildlife-fotografie nooit een wedstrijd worden. Als we ons er niet van bewust zijn dat het toch een wedstrijd is geworden, kan het je een stap te ver doen zetten of kan het anderen beïnvloeden en hen te ver laten gaan. Wij zijn bezoekers die hier zijn om een wereld vast te leggen en om die wereld door te geven aan anderen.

Ingezonden mededeling
| 19-11-2014
Boeken algemeen