Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Macro

Macrofotografie - de kleine wereld groot

Macrofotografie kent veel verschillende technieken. Macrofotografen werken vaak vanaf statief, gebruiken soms balgen of omkeerringen op het objectief, ringsflitsers of reflectieschermen, tussenringen en converters, studio's en ga zo maar door.

Macrofotografie lijkt dan ook soms vooral heel technisch te zijn en soms wordt de oplossing om foto's te maken ook gezocht in de techniek. Er wordt dan nog meer apparatuur aangeschaft.

Iedere situatie biedt echter weer andere fotografische compromissen, beperkingen en mogelijkheden. De wijze van omgang hiermee en de gebruikte techniek is sterk afhankelijk van persoonlijke voorkeuren.

foto: © Loulou Beavers
Foto 1

Foto 1: ISO 200, 1/200, F22: Een juffer hangt te drogen op een vroege zomerochtend. Het diagrafma is volledig dichtgeknepen bij deze tegenlichtopname om alle druppels en de reflecties daarvan in de onscherpte te benadrukken. Door het hoge diaframa heeft de onscherpte dus een grotere rol gekregen, de juffer is zo geplaatst in de compositie dat die net vrij hangt van reflecties. Bij deze foto is wel gebruik gemaakt van het statief. De juffer hangt ongeveer 50 cm boven de grond en de begroeiing maakt wat manoeuvreren met een statief hier wel mogelijk.

De meeste macrofoto's maak ik met de Tamron 90 mm. F 2,8 macrolens, soms vanaf statief, meestal vanuit de hand en een enkele keer met tussenringen op een telelens. Relatief simpel, bereikbaar en low budget.

Het voordeel van werken zonder statief is
dat er meer creativiteit mogelijk is

De Tamron 90 mm F 2,8 macrolens heeft een goede prijs/kwaliteit verhouding, waarbij de lens haarscherp is en een mooie zachte vloeiende onscherpte heeft.

Uiteraard zijn er meer goede macrolenzen. De aanduiding op macrolenzen van 1:1 geeft aan dat een onderwerp zo groot als een lucifersdoosje beeldvullend is, deze aanduiding wordt gezien als de standaard in macro.

foto: © Loulou Beavers
Foto 2

Foto 2: ISO 400, 1/250, F8: een spin en zijn web. De foto is gemaakt in het bos, de lichtvlek is het invallende vroege licht. De spin is deels transparant, de belichting is gekozen om helder te zijn, zodat de pootjes ook doorschijnen. Door een liggende positie bood de grond wat stabiliteit en kon de lichtval ook als zacht tegenlicht gebruikt worden, tevens vallen het onderwerp en de paar grassprietjes meer op.

Het werken zonder statief geeft veel bewegingsvrijheid. Al kijkend door de zoeker verandert met iedere verschuiving en kanteling de beeldhoek en verschijnen voor de zoeker meestal geheel verschillende beelden van één en hetzelfde onderwerp. De invalshoek is dus vaak heel bepalend. Ook biedt de omgeving niet altijd de ruimte om met een statief te werken vanwege begroeiing.

Per lens en per persoon kan de grens waarbij het mogelijk
is om nog uit de hand te werken wat verschillen

Tussenringen bieden een goedkope mogelijkheid om dicht op een onderwerp te kunnen scherpstellen, het verkort de scherpstelafstand. Oneindige focus is er niet meer, er is een beperkte ruimte waarin nog scherpgesteld kan worden.

Deze toepassing heb ik een aantal keer op een telelens (400 m) gebruikt bij heidekikkers, die zijn wat schuwer en laten zich niet altijd zo close benaderen zodat gebruik van een macrolens geen zin heeft: tussenringen op een telelens kunnen dan de oplossing bieden.

foto: © Loulou Beavers
Foto 3

Foto 3: ISO 400, 1/200, F 5,6. Een strontvlieg... het is niet van belang wat er voor de lens verschijnt, als er creatieve mogelijkheden zijn kan alles een plaatje worden. Hier is gezocht om de stengel in de onscherpte te laten versterken, er is ruimte gezocht tussen de vlieg en de stengel die nu rechts in beeld is. De vlieg is ook nog aan het opdrogen en kan dus niet wegvliegen, met een voorzichtige benadering blijft ie gewoon zitten en is er rustig een positie/beeldhoek te kiezen.

• Voor de belichting kies ik de halfautomaat/diafragma voorkeuzestand, dus in de A stand.

• De ISO waarde voor mijn camera is standaard ISO 200, dit is de fabrieksinstelling waarop de beeldkwaliteit optimaal is en hier staat de camera op ingesteld. Pas als de situatie bepaalt dat de sluitertijd onvoldoende is, stel ik de ISO zelf hoger in.

foto: © Loulou Beavers
Foto 4

• De sluitertijd moet hoog genoeg zijn om uit de hand te kunnen werken. Minimaal 1/60 heb ik zelf nodig om geen bewegingsonscherpte te gaan veroorzaken. Komt de sluitertijd onder de kritische grens van 1/60, dan kan als oplossing het diafragma meer open gezet worden en/of de ISO verhoogt worden. Per lens en per persoon kan de grens waarbij het mogelijk is om nog uit de hand te werken wat verschillen. Als ik wel met een statief werk en het is windstil, dan is de sluitertijd verwaarloosbaar. De omgeving kan soms ook steun bieden, vaak lig ik waarbij de grond ook steun geeft.

• Het diafragma bepaal ik aan de hand van het type foto dat ik wil maken en wat de omstandigheden (het aanwezige licht) mij bieden. De scherpte-diepte is met aan macrolens heel beperkt en dus is er veel onscherpte. Juist die onscherpte speelt een grote rol in de foto en versterkt of verstoort het onderwerp, het zoeken en vinden van een juiste compositie betreffen dus het hele beeld en niet alleen het onderwerp.

• De autofocus op macrolenzen is vaak lang aan het zoeken, het onderwerp is zo dichtbij dat het lastig voor de lens kan zijn om zelf scherp te stellen. Veel macrofotografen waaronder ikzelf gaan over op manuele scherpstelling. Hiermee is er dwingender te bepalen wat de mate van vergroting is en waar er scherpgesteld wordt.

• De gebruikte focustechniek is deze: de zoeker zit tegen mijn oog en ik beweeg langzaam met de lens naar het onderwerp toe. Zodra de scherpte op de juiste plaats is en de compositie is gevonden, druk ik af. Op dat moment moet ik zelf, als ik uit de hand werk, bewegingsloos zijn, vaak lukt dat het beste na uitademing.

Foto 4: ISO320, 1/500, F 3,5. Twee bosanemonen, in mooi zacht licht en met druppels... altijd een foto waard. Door het lage standpunt (liggend) komen ze los van de omgeving en kunnen de bladen en stengels een rol krijgen in de beeldopbouw.

Het voordeel van werken zonder statief is dat er meer creativiteit mogelijk is, er is letterlijk vanuit iedere hoek te fotograferen. Ik lig regelmatig plat op de grond en gebruik begroeiing als vervaging en sfeer in de foto. De compositie wordt feitelijk bepaald door waar het onderwerp zich bevindt en vervolgens welke positie ik aanneem, juist dat geeft de vele mogelijkheden.

Loulou Beavers
| 11-01-2012