Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Close up

Kennismaken met kite aerial photography

Up in the air

Is fotografie al een activiteit dat creativiteit vergt, kite aerial photography is dat in overtreffende trap. Twee beoefenaars van deze discipline, ook vliegerluchtfotografie genoemd, zijn Henk Landlust en Theo van Houwelingen. “Mijn camera kwam van ongeveer 35 meter hoogte naar beneden vallen.”

Luchtfoto’s zijn op uiteenlopende manieren te realiseren. Vanuit vliegtuigen, zeppelins, helikopters en raketten, maar ook – om het eenvoudiger te houden - heliumballonnen, parachutes en vliegers.

foto: Henk Landlust

Van laatstgenoemd ‘liftmiddel’ bedienen Henk Landlust en Theo van Houwelingen zich. Daar bestaat zelfs een term voor: kite aerial photography (KAP) of soms kite-ography.

Henk en Theo behoren in Nederland met circa honderd anderen tot een select groepje KAP’ers en maken luchtfoto’s voor eigen plezier en soms in opdracht.

Ten strengste verboden luchtfoto's te maken van militaire objecten
of panden die tot het Koninklijk Huis toebehoren

Vliegerfotografie is volgens het tweetal niet geheel risicoloos. Nog afgezien van het gevaar voor materiële en persoonlijke schade, is het ten strengste verboden luchtfoto’s te maken van militaire objecten of panden die tot het Koninklijk Huis toebehoren.

Ook is het niet toegestaan binnen een straal van drie kilometer van een vliegveld en in een laagvlieggebied te vliegeren. Verder is het af te raden om in de nabijheid van spoorlijnen, snelwegen, hoogspanningsmasten en windmolens te opereren, terwijl vliegeren bij naderend onweer levensgevaarlijk is.

Henk Landlust – die bepaald niet zijn naam eer aandoet – fotografeert al veertig jaar en heeft ‘altijd iets gehad met luchtvaart’. Landlust: “Vanuit de hoogte lijkt het altijd anders, meer vierkant, rechter, een beetje Madurodam-achtig. Het fotograferen met de camera aan de lijn van een vlieger beoefen ik nu ongeveer zeven jaar.”

foto: Theo van Houwelingen

Ook Theo van Houwelingen raakte jaren geleden gefascineerd door het beeld vanuit de lucht: “Zo’n tien jaar geleden kwam ik in de gelegenheid om met een ultralight vliegtuigje op lage hoogte over mijn woonomgeving te vliegen. Het perspectief van de voor mij zo bekende omgeving maakte diepe indruk op me. Dit wilde ik vaker zien.

De RIG (het platform waar de camera in bevestigd is)
vergt het nodige geknutsel met bewegende onderdelen en wat elektronica

Vliegeren was al mijn hobby, waarna een zoektocht op internet mij bij vliegerluchtfotografie bracht. Met de onderdelen van een kapotte, radiografisch bestuurbare auto van de kringloop en een niet al te duur, digitaal fototoestel ben ik toen mijn eerste foto’s gaan maken.”

Waar bestaat de constructie precies uit?

Henk Landlust: “Uit een zelfgemaakte gondel van aluminiumprofiel aan een pendule. De gondel bevestig ik aan de lijn en vier ik totdat de camera de gewenste hoogte heeft bereikt. Nu kan ik vanaf de grond de camera roteren, terwijl ik de sluiter activeer via een radiografisch systeem. Het beeld dat de camera ziet, wordt teruggezonden en zie ik op een meegebrachte dvd-speler. Het voordeel van dit systeem is dat ik zelf bepaal wanneer ik de foto maak of wanneer de camera een beetje verder moet draaien.”

foto: Eric Kieboom
Opname van een RIG in de lucht

Theo van Houwelingen: “De meeste constructies komen met elkaar overeen. Ook ik heb gebruik gemaakt van dun aluminiumprofiel, servo’s, oplaadbare batterijen en videodownlink. De Canon S90 koos ik vanwege zijn lichtgevoeligheid en lage gewicht. De besturing met beeldschermpje zet ik meestal op een statief om mijn handen vrij te hebben voor het vliegeren.

Vliegeren mag in Nederland tot een hoogte van maximaal honderd meter

Vliegerluchtfotografie is zeker niet alleen een vlieger oplaten en op het knopje drukken voor en foto. Vliegers ontwerpen, bouwen en testen, de RIG (het platform waar de camera in bevestigd is) vergt het nodige geknutsel met bewegende onderdelen en wat elektronica.

Ook de besturing (een modelbouwzender) pas je aan om haar zo geschikt mogelijk te maken voor het KAP’en. De wind, stand van de zon en hoeveelheid licht zijn van groot belang. De plek waar je gaat vliegeren, is meestal niet een weiland of het strand, maar daar waar je verwacht mooie foto’s te kunnen maken. En dat maakt het juist zo interessant, al is het omdat het vaak leuke gesprekjes oplevert.”

Dure hobby zeker?

Henk: “Je kan het zo duur maken als je zelf wilt. Maar als je foto's in opdracht gaat maken, moet je kwaliteit leveren. Een goede camera is dan een must. Ook de andere apparatuur moet altijd werken. Wat niet wegneemt dat je met een eenvoudig cameraatje ook redelijke resultaten kan behalen. Zelf maak ik nu foto's met een Canon ixus 980 Is.”

foto: Theo van Houwelingen

Theo: “Dat denk ik ook, het maken van luchtfoto’s met behulp van een vlieger hoeft niet veel te kosten. Wat heet, met een stabiele vlieger, een digitale camera (met interval) in een zakdoek met een gaatje voor de lens aan de lijn geknoopt zijn al fraaie foto’s te maken. Constructies met elastiekjes en silliputy, om de camera van richting te laten veranderen, zijn ook mogelijk. Wat meer hightech wordt het met een radiografisch bestuurde RIG voor pan-, tilt-, zoombewegingen en videodownlink voor het kaderen.

Afdrukken kan dan, afhankelijk wat de camera ondersteunt, bijvoorbeeld met een servo die de ontspanknop bedient, infrarood of elektronisch via usb.”

Tot op welke hoogte begeef je je voor het maken van foto’s?

Henk: “De hoogte waarop ik meestal fotografeer, varieert tussen de zestig en negentig meter. Deze hoogte is ideaal, want je kunt de omgevingdetails duidelijk herkennen. Natuurlijk kan er ook hoger worden gefotografeerd. Ook een foto van bijvoorbeeld driehonderd meter kan verrassende resultaten opleveren.”

foto: Theo van Houwelingen

Theo: “Let wel, vliegeren mag in Nederland tot een hoogte van maximaal honderd meter. Maar de camera wordt meestal pas aan de lijn bevestigd als de vlieger al een eindje in de lucht staat, en daarna verder uitgevierd. Op die manier worden de foto’s niet hoger genomen dan zo’n tachtig meter, vaak ook veel lager. Vliegerluchtfoto’s hebben dus een heel ander perspectief dan luchtfoto’s vanuit bijvoorbeeld een vliegtuig, die niet lager mogen vliegen dan driehonderd meter.”

Valt er weleens iets uit de lucht?

Henk: “Wanneer je je aan een paar stelregels houdt, kan er weinig misgaan. Als het bijvoorbeeld hard waait, moet je gewoon geen risico’s nemen. Ook moet je rekening houden met metaalmoeheid. Zo weet ik dat je aluminium een keer kunt buigen. De tweede keer knapt het.

Een van mijn camera 's is eens zachtjes kopje ondergegaan in de Merwede
omdat de wind een keer volledig wegviel

Dat overkwam mij een keer boven de Blauwe Stad in Groningen. Mijn gondel kwam van ongeveer 35 meter hoogte naar beneden. Alles stuk! Waaronder mijn Canon ixus 900 Ti, een camera van driehonderd euro. Ook waren twee servo’s total loss.”

Theo: “Het belangrijkste van deze hobby is dat je goed kunt vliegeren. Altijd moet je alert zijn op aanwakkerende wind, windflauwtes en thermiek, opdat je tijdig kan reageren. En ja, ook een van mijn camera ’s is eens zachtjes kopje ondergegaan in de Merwede omdat de wind een keer volledig wegviel.”

Meer info: henklandlust.blogspot.com, www.breedland.deds.nl en www.vliegerluchtfoto.nl.

Cees Visser
| 06-10-2010
Boeken algemeen