Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Natuurfotografie

Grote zoogdieren fotograferen

Nederland kent een grote verzameling aan zoogdieren van klein tot groot. De grotere zoogdieren zoals ree, hert, zwijn, das, haas, konijn, maar ook otters, bevers en zeehonden, vormen voor natuurfotografen een bijzondere uitdaging. Ze zijn echter schuw en vaak moeilijk te benaderen. Dit artikel geeft tips hoe je dit aanpakt.

Zoogdieren zijn schuw vanwege de slechte ervaringen die zij over het algemeen met mensen hebben. Hun dagritme is grotendeels verschoven naar de nacht, de vroege ochtend, of de late avondschemering. Sommige dieren zien we daarom niet of zelden, zoals dassen en vossen, reeën en herten zie we vaak alleen op grote afstand.

Bepaal eerst welk dier je wilt fotograferen
en ga je dan gericht in de soort verdiepen

Bedenk dat dieren gevoelig zijn voor inbreuk in hun leefomgeving en zich hier niet tegen kunnen verzetten, anders dan door te vluchten. Toch kan het fotograferen op verantwoorde wijze plaatsvinden, zonder ze te verstoren.

Kennis

Kennis is hierbij de sleutel tot succes. Bepaal eerst welk dier je wilt fotograferen en ga je dan gericht in de soort verdiepen. Zoek in literatuur naar leefgewoontes en patronen en achtergrondinformatie. Vaak hebben dieren vaste gewoontes en gedragingen. Ze komen op vaste plekken om voedsel te zoeken, te rusten, of trekken via vaste routes door hun territorium.

foto: Jan Duker
300MM/F4.0 met 1.4x convertor, vanuit schuiltentje, diafragma F7.1, sluitertijd 1/500 s

Verken de gebieden waar de dieren voorkomen, en leer deze goed kennen. Zoek uit welk voedsel ze eten, en kijk waar dit voorkomt in het gebied. Leer ook de sporen kennen. Je krijgt zo een goed beeld van de bewegingen van de dieren in een gebied.

Eigenlijk ben je op dit moment alleen nog maar aan het onderzoeken en leren. De camera kun je in dit stadium, voor wat betreft de zoogdieren, rustig thuis laten.

Fotograferen

Grote zoogdieren hebben geweldige zintuigen. Gehoor, zicht en reuk zijn veelal goed ontwikkeld. Rechtstreeks benaderen leidt alleen maar tot het verontrusten van dieren en dat is wat we als natuurfotograaf niet willen.

Hierbij is het belangrijk om onder de wind te blijven...

Probeer de dieren daarom naar jou toe te laten komen. Wil je bijvoorbeeld reeën fotograferen en weet je waar ze ’s avonds uit de dekking komen om te fourageren, zoek dan een plek waar je je verdekt kunt opstellen, zonder dat de dieren dit merken. Neem plaats voor een dikke boom, tussen struiken of in een boswal, waardoor je op gaat in de natuurlijke omgeving.

foto: Jan Duker
300MM/F2.8 met 1.4x convertor, vanuit gecamoufleerde dekking, diafragma F5.6, sluitertijd 1/125 s

Drapeer een camouflagenet over jezelf en je apparatuur heen en blijf stil zitten. Wacht vervolgens af wat er komen gaat. Hierbij is het belangrijk om onder de wind te blijven. Dat wil zeggen dat de wind uit de richting van het dier komt, zodat ze jou niet ruiken. Gebeurt dit wel, dan zijn je kansen verkeken.

Wees op tijd, al voor dat de dieren uit de dekking komen, moet je je plek hebben ingenomen. Blijf zeker de eerste keer ruim op afstand. Vaak bewegen de dieren zich wel door het gebied, en komen ze vanzelf dichter bij je in de buurt. Probeer het een andere dag anders op een andere plek.

Tip: Fotografeer niet gelijk op het moment dat je de eerste dieren ziet. Een sluiter en motordrive maken een hoop lawaai, zeker in de stille natuur. Laat de dieren eerst tot rust komen op het moment dat ze uit de dekking zijn. Maak enkele foto’s en let op hoe de dieren reageren. Als ze rustig verder grazen is er niets aan de hand, indien ze onrustig blijven, stop dan met fotograferen.
Schuiltentje

Een andere optie is het gebruik van een schuiltentje. Ze zijn eenvoudig op te zetten en samen te vouwen en gemakkelijk mee te nemen. Hierin ben je voor de dieren niet zichtbaar, en zij zullen zich minder snel storen aan je aanwezigheid. Het is beter om je tentje zo goed mogelijk te camoufleren, zodat het niet opvalt in het terrein. Doe er daarom een camouflagenet over heen, en probeer het met natuurlijke materialen zo onzichtbaar mogelijk te maken.

Ook hier geldt, zorg dat je aanwezig bent en in je tent zit, voordat het licht wordt. Het is overigens niet toegestaan om zonder meer overal je schuiltentje op te zetten. Overleg eerst met de eigenaar van het terrein.

Gebruik van schuiltentje en camouflagemateriaal

Een alternatief voor de schuiltent is de auto. Deze wordt door veel dieren niet als bedreigend gezien. Zoek een goede plek uit en blijf hier posten. Ga niet met de auto onrustig door het gebied rijden. Ook nu geldt dat de dieren vaak wel in jouw richting komen als je maar geduldig wacht.

Meestal gebruik je lange telelenzen, liefst lichtsterk
want je fotografeert vaak in de ochtend- of avondschemering

Zorg wel dat je camouflagemateriaal voor je raam hebt. Dieren schrikken snel van bewegingen in een auto. Met de auto wordt de verspreiding van menselijke geuren beperkt, maar blijf ook nu zo veel mogelijk onder de wind.

Kleding

Zorg voor donkere kleding, liefst in natuurkleuren, en bedek ook je handen en hoofd. Deze worden door dieren vaak waargenomen als bewegende witte vlekken, en leiden tot onrust. Gebruik geen sterke aftershave en rook niet. Deze geuren verspreiden zich snel en worden al gauw door dieren opgepikt.

foto: Jan Duker
500MM/F4.0 met 2x convertor, vanuit auto, diafragma F8.0, sluitertijd 1/640 s

Apparatuur

Meestal gebruik je lange telelenzen van 300 MM tot 600 MM. Liefst lichtsterk, want je fotografeert vaak in de ochtend- of avondschemering. Neem een stevig statief voor voldoende stabiliteit en gebruik eventueel een teleconvertor om je brandpuntsafstand te verlengen.

Voor meer informatie over telelenzen, kun je het artikel Supertelenzen, hoe gebruik je ze? lezen op Fotografie.nl.

Jan Duker
| 06-02-2010