Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Cameratips

Spotmeting, meten wat je wilt

Op de meeste reflexcamera’s zit spotmeting. Hoe gebruik je dat om betere foto’s te krijgen?

Bij spotmeting meet de lichtmeter van de camera alleen een kleine sector in het midden van het zoekerbeeld. Je kunt daarmee een klein onderdeel van de scène meten, zonder dat je ernaar toe hoeft te gaan (als dat al kan). Je kunt dus preciezer meten, dingen buiten de meting houden. Maar dat wil nog niet zeggen dat je automatisch betere foto’s krijgt.

Soms is je camera je te slim af en wil hij een tegenlichtsituatie corrigeren. Hier zou je dat helemaal niet willen. Een spotmeting op de zee geeft de gewenste silhouetwerking.

De lichtmeter van je camera is een vergelijkingsinstrument. Hij vergelijkt elke meting met een referentie en zegt dan: er moet zo-en-zo-veel licht bij om uit te komen op de referentie, of er moet zo-en-zo-veel licht af.

Die referentie is de gemiddelde helderheid van een fotografisch onderwerp

Die referentie is de gemiddelde helderheid van een fotografisch onderwerp. Dat is middengrijs. Het wordt ook wel 18% grijs genoemd. 18% van het licht dat erop valt, wordt gereflecteerd. En dat is ook de reflectie van het gemiddeld onderwerp.

Grijs

Dus: we hoeven met de spotmeting alleen maar te meten op een deel van het onderwerp dat net zo licht/donker is als middengrijs. Dan weet je in elk geval zeker dat dát gedeelte precies goed van helderheid op de foto komt.

De huid is meestal is meestal iets lichter dan middengrijs, en een spotmeting op een gezicht kan dan ook tot enigszins donkere gezichten op de foto’s leiden. Hier was dat gewenst, omdat de personen zich duidelijk in de schaduw bevinden.

Het komt erop aan dat je weet waarop je moet meten, dat zal duidelijk zijn. Meet je met je spotmeting op een wit vlak, dan wil de camera daar middengrijs van maken: je zult een te donkere foto krijgen. Kies dus een deel van het onderwerp, waarvan de helderheid overeenkomt met middengrijs. Hopelijk lukt dat.

Schaduwen, lichte partijen

Maar soms doet dat grijs helemaal niet zo terzake. Als je het bijvoorbeeld erg belangrijk vindt dat een schaduwpartij net niet helemaal zwart wordt dan werk je als volgt: je meet de bewuste partij en gebruikt een belichtingscorrectie van -2,5, of je stelt de belichting in de M-stand 2,5 stop krapper in.

Wit moet wit blijven, met doortekening. Grote kans dat dit normaal een te grauw plaatje wordt. Spotmeting op een witte plek op de muur, belichtingscorrectie +2 of belichting handmatig 2 stops ruimer ingesteld.

Je kunt zo ook te werk gaan voor je lichte partijen. Zit er een lichte partij in je onderwerp waarvan je wilt dat die niet helemaal wit wordt, meet die dan met spotmeting en kies een belichtingscorrectie van +2,5 of stel de belichting handmatig 2,5 stop ruimer in.

Previsualiseren

Met spotmeting ben je de helderheden van je onderwerp de baas. Je meet een detail en bepaalt vervolgens hoeveel dat detail op de foto lichter of donkerder dan middengrijs zal zijn. Lastig is dat je je daarbij niet door kleuren moet laten misleiden.

Het komt erop aan dat je weet waarop je moet meten,
dat zal duidelijk zijn

Voorbeeld: donkergeel en middengrijs, hoe verhouden die zich ten opzichte van elkaar? Hier is oefening nodig. Het helpt zeker om daarvoor in zwartwit te werken. Dan zie je in welke helderheden de kleuren worden omgezet.

Of gewoon bracketen?

Bracketing, belichtingstrapjes maken, is natuurlijk ook een manier om onder bijzondere lichtsituaties tot een goede belichting te komen. Dat mag, als alleen het resultaat telt. Mag fotografie ook écht voldoening geven, werk dan bewust naar een mooi resultaat toe. Met spotmeting bijvoorbeeld.

L. Polder
| 25-07-2008
Bulk 10-Daagse