Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Beeldbewerking

Photoshoppen kunnen we allemaal?

Photoshop is gemeengoed geworden. Half Nederland roept zonder aarzelen: ‘dat Shoppen we er wel even in.’ Dat klinkt best cool; fluitje van een cent.

De werkelijkheid ziet er anders uit. Professioneel Photoshop gebruik is een zaak van jarenlange ervaring en zelfs dan benutten we meestal maar een fractie van de mogelijkheden. Bovendien gebruikt iedereen het programma op zijn manier. Ga maar eens naast een collega zitten. Tien tegen één dat hij of zij dingen doet die jou volledig ontgaan.

Als ik dus iets over mijn Photoshop gebruik vertel, pretendeer ik niet de wijsheid in pacht te hebben. Het is echter heel goed mogelijk dat ik dingen doe waar jij nog nooit aan gedacht hebt. Mocht dat het geval zijn: doe er dan je voordeel mee.

Alles draait om controle

Doordrukken en tegenhouden.

Gewapend met aan fietsspaken gemonteerde kartonnetjes, wapperde ik driftig boven mijn vergrotingsbord om het licht op bepaalde plekken tegen te houden. Daarna vormden mijn handen een kokertje om een tunnel van licht naar de partijen van mijn gading te sturen. Was de afdruk die even later in de fixeer dreef toch niet helemaal naar mijn zin, dan verdween hij genadeloos in de prullenbak.

Dodge en Burn Tool

Je kunt stellen dat Photoshop’s Dodge en Burn Tool niets anders doet dan mijn oude methode, maar dan doe je dit fantastische hulpmiddel een boel te kort. De grote meerwaarde zit in de beheersbaarheid. Alle handelingen zijn omkeerbaar (wel graag even de History States op 1000 zetten in de voorkeuren). De prullenbak is overbodig; je print pas als je tevreden bent.

Ik stel de grootte van het penseel traploos in en bepaal of het scherpe dan wel onscherpe contouren heeft. Ik stel de Exposure (dekking) in op 1 %. Laat ik die op 50 % staan, zoals het programma standaard aangeeft, dan is het Tool onbruikbaar omdat ik geen enkele controle heb. Ik begin dus met 1 % Flow en bouw het effect langzaam op. Het is wel essentieel dit soort bewerkingen op 16 bits niveau te doen. Dan gaan er geen toonwaarden verloren.

Range, het wondermiddel

Maar nu de grote kracht van dit gereedschap: het slimme gebruik van de Range instelling. In de werkbalk kies ik voor: Shadows, Midtones of Highlights. Zo beperk ik de werking van het Tool tot dat gedeelte van de tooncurve. Een grijs detail op lichte achtergrond maak ik eenvoudig donkerder met het Burn Tool ingesteld op Shadows.

Door Dodge & Burn in te zetten met de Range achtereenvolgens op: Shadows, Midtones en Highlights, zet ik het contrast helemaal naar mijn hand.

De lichte omgeving wordt dan niet aangetast. Door achtereenvolgens zowel Dodge als Burn in te zetten met al hun Ranges, zet ik het contrast van de foto volkomen naar mijn hand. Nog iets: denk ook eens aan de History Brush, waarschijnlijk het meest vergeten gereedschap van Photoshop.

Kruis in het History Pallet het vakje aan voor een bepaalde handeling. Je schildert het beeld dan met de History Brush terug tot het niveau van de ingestelde handeling. Natuurlijk weer op één of twee procent Exposure voor optimale controle. Uitstekend bruikbaar om kleine foutjes bij te werken.

Sponge Tool

De derde uit deze serie Tools is de Sponge, waarmee de kleurverzadiging plaatselijk kan worden beïnvloed. De Saturate instelling is van grote waarde om wat extra dramatiek in je beeld te brengen. Gebruik een Flow van hoogstens twee of drie procent. Blijf doorgaan totdat het gewenste resultaat is bereikt.

Ingesteld op Desaturate, is de spons goud waard om ongewenste verkleuringen te verwijderen. Digitale effecten die soms langs contouren in de hoge lichten of chroom optreden, schilder je hiermee weg, rode ogen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Ook prima om een verkleuring te verwijderen in een partij die neutraal moet zijn.

Clone Tool

Het Clone Tool is waarschijnlijk Photoshop’s meest bekende gereedschap. Maar dat wil niet zeggen dat het altijd optimaal wordt gebruikt. High-end Clonewerk stelt hoge eisen aan onze precisie. Op ware grootte bekeken worden vernielde pixels, veroorzaakt door ondeskundig klonen (klooien?), al snel hinderlijk zichtbaar. Het is dus belangrijk zorgvuldig te werken.

Allereerst de Flow instelling. Ik hou die op 100 % als er echt gekopieerd moet worden. Anders vermengen nieuwe en oude pixels zich niet geheel en dat kun je alleen ongestraft doen als de aangrenzende partijen erg op elkaar lijken. Om vloeiende overgangen tussen oude en nieuwe partijen te maken breng ik de Flow wél terug tot 10 of 15 % en zet de Hardness op nul.

High-end Clonewerk stelt hoge eisen aan onze precisie

De penseelgrootte kies ik zo groot mogelijk zonder dat er delen van ongewenste partijen worden meegekloond. Met veel kleine laagjes over elkaar verplaats ik details uit de omgeving naar de overgangen. De Opacity laat ik altijd op 100 % staan. Te sterk doorgekomen partijen kan ik later terugbrengen in dekking door de History Brush in te zetten.

Voor echt optimale controle kloon ik in een nieuwe lege laag die ik boven de te bewerken laag plaats. Mijn te klonen detail pik ik op (alt-click) uit de beeldlaag, dan klik ik op de lege laag en kloon mijn beelddetail op de juiste plaats. Het resultaat is direct zichtbaar.

Delen van de onderkant met 10% Flow instelling in een extra laag gekloond als reflectie.

Terug in de verder nog lege Clonelaag, kan ik het gekopieerde beeldonderdeel eventueel maskeren en verder bewerken. Via de laagopties en de vulmode (zie hieronder) heb ik alles onder controle, en vergeet ook hier de History Brush niet.

Tot slot kan ik het onderdeel vrij herpositioneren omdat het zich in een aparte laag bevindt. Deze ‘extra laag techniek’ gebruik ik bijvoorbeeld als ik details van de onderwerpstructuur als reflectie in de schaduw wil opnemen.

Hier ligt een voor velen onbekende wereld van mogelijkheden

De ondergewaardeerde vulmodus

Zodra je het penseel of Clone Tool gebruikt, krijg je de gelegenheid om in het menu een vulmode te kiezen. Standaard staat die op normaal. Hier ligt een voor velen onbekende wereld van mogelijkheden.

Door bijvoorbeeld: Mode> Darken te kiezen, schilder of kloon ik alleen de partijen die donkerder zijn dan hun ondergrond. Met Lighten gebeurt het tegenovergestelde. Multiply is het wondermiddel om bijvoorbeeld een schaduw over te nemen en toe te voegen aan een bestaand beeld.

Met Color schilder ik een uit het onderwerp opgepikte kleur over mijn met de handgemaakte schaduw. Nu lijkt het alsof de onderwerpkleur in de schaduw reflecteert. Hier gebruik ik wél een 50 % Opacity instelling.

Experimenteren met de talloze mogelijkheden van de vulmode is erg de moeite waard. Het kan urenlang maskeren overbodig maken.

Feddo van Gogh
| 12-06-2008
Kerst trends 2016