Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Reviews

Het zoomloze leven: Olympus E-420 met 2,8/25 mm

Olympus E-420 met 2,8/25 mm, Olympus E-420 Review

De kleinste reflex. Dat je die hebt, benadruk je het beste door er een superklein objectief op te zetten. Dat doet Olympus goed. Maar stelt het fotografisch wat voor?

Lang, lang geleden waren zoomlenzen slecht en duur. Bijna niemand nam ze serieus. Fotografen hadden een grote tas vol objectieven en moesten vaak wisselen. En ze liepen veel om de juiste uitkadering te bereiken.

Henry Ford

Tegenwoordig zijn er veel reflexkopers die zich niet eens meer realiseren dat er ook lenzen zijn waarmee je niet kunt zoomen. Met andere woorden: er zijn lenzen waaraan je niet hoeft te draaien voordat je een foto maakt. Het enige waaraan je bij zo’n lens kunt draaien is de scherpstelring, maar die gebruik je haast nooit, omdat de camera zelf scherpstelt. Zo’n vastbrandpuntslens heeft een vaste beeldhoek.

Wil je je onderwerp groter of kleiner in beeld hebben, dan moet je naar voren of naar achteren lopen. Het is het Henry-Ford-principe van de fotografie: je kon een auto in elke kleur kopen, als het maar zwart was.

Vast of zoom

Waarom vast als je ook kunt zoomen? Om de hoogst mogelijke kwaliteit te halen bijvoorbeeld: doordat een zoom in verschillende standen een optimale kwaliteit moet kunnen leveren, moet de fabrikant vaak bepaalde compromissen sluiten. Om een hoge lichtsterkte (groot maximaal diafragma) te halen bijvoorbeeld.

Constructief is het makkelijker en goedkoper om een lichtsterke vastbrandpuntslens te maken dan een lichtsterke zoom. Een lichtsterke zoom wordt ook nog eens groter, zwaarder en veelal duurder. Neem de 1,8/50 mm die een aantal fabrikanten voor een spotprijs levert: lichtsterk, compact, licht. Kwalitatief een van de beste objectieven uit het assortiment, en dat voor een ongelooflijk lage prijs!

25 mm

Die 50 mm objectieven zijn mede zo goedkoop omdat het perfect doorontwikkelde, al langer bestaande optische ontwerpen zijn, waar constructief weinig moeilijks meer aan is.

Het waren de goedkope standaardobjectieven in de tijd dat de zoom nog niet populair was. De bedoeling is dat ze universeel zijn, want met hun beeldhoek zitten ze tussen tele en groothoek in.

Olympus, al meer dan veertig jaar de trendsetter in klein en compact, wilde een ultra platte lens voor de E-420 uitbrengen, zodat het toestel werkelijk jaszakwaardig kon worden genoemd.

Een zoom wordt te groot, dus het werd vastbrandpunt. Een 25 mm, door de cropfactor van 2x vergelijkbaar met de oude 50 mm op kleinbeeld. Om hem extra licht en plat te houden werd de lichtsterkte 2,8.

Helder

Je ziet het meteen door de zoeker, die 2,8 geeft een helderder zoekerbeeld dan de 4,0 van de standaardzoom. Dat kijkt heel fijn en geeft direct een extra kwaliteitsgevoel. Da’s een goede start.

Van opzij ziet het lensje eruit als een dikke objectiefdop. Gelukkig was er nog ruimte voor een goede, voldoende grip biedende scherpstelring. Die stuurt de scherpstelmotor. Tenminste, als je de camera op MF (manual focus) hebt gezet, of op AF + MF: in die laatste stand kun je altijd zelf de scherpstelling handmatig overnemen.

Mooi is dat je de draairichting voor manual focus kunt inprogrammeren. Ben je bijvoorbeeld Canon gewend, dan draai je van ver weg naar dichtbij linksom (van achter de camera gezien), bij Nikon precies andersom. Dit kan bij alle huidige Olympus reflexen, overigens.

Veelzijdig

Het is een voorbeeld van de buitengewoon complete uitmonstering van de E-420: je kunt heel veel functies naar je hand zetten, dat zit echt op professioneel niveau. Daarnaast heeft hij ook een volautomatische stand plus een groot aantal onderwerpsprogramma’s. Een allesmansvriendje dus.

De body is prettig klein. Hij mist de handgreep van de E-510/520 en heeft daarom ook een kleinere, lichtere accu. Waar bij die camera’s de handgreep zit, vind je hier een ribbel, die je rechterhand uitstekende grip biedt. Anders dan bij de 510/520, maar zeker niet minder! En dan profiteer je hier wel van een extra kleine, lichte body.

Klein is ook de zoeker. Het wordt iets geflatteerd doordat je een vierkanter formaat hebt (4:3 in plaats van 3:2), maar dit is met afstand het kleinste zoekertje in de huidige reflexmarkt. Compactheid vraagt hier een forse prijs.

Live view

Bij live view werkt de autofocus normaal via het eigen AF-systeem, dus de spiegel klapt even terug en de scherpstelling neemt veel tijd in beslag. Het beeld gaat dan ook even op zwart. Dat werkt eigenlijk helemaal niet fijn. Alleen voor macro- en statiefwerk is het niet zo erg. De 420 heeft een tweede scherpstelsysteem voor live view: contrastdetectie. Het komt ook voor op de E-3 en de Panasonic L10. Daarbij stelt de camera scherp als een compactcamera.

Er is nog een derde stand, de hybride stand: de camera stelt bij half indrukken van de ontspanknop globaal de scherpstelling in, na geheel indrukken van de ontspanknop volgt fijnscherpstelling via de normale AF-sensor. Hybride AF en contrastdetectie-AF werken alleen met objectieven die ervoor geschikt zijn, of via een firmware-upgrade ervoor geschikt zijn gemaakt.

Knap. Wat het oplevert? Ach, contrastdetectie-AF heeft als voordeel dat je ziet wat de scherpstelling doet, en dat is erg prettig. Maar het blijft een trage bedoening, die combinatie van live view en AF. Wil je live view en snelle AF, dan kun je op dit moment uitsluitend terecht bij de Sony A300 en A350.

50 mm macro

Het 25 mm objectief levert hoge optische klasse. Heel duidelijk beter scorend in contrast en detaillering dan het zeker niet slechte 14-42 mm standaardzoomobjectief. Maar wat nu als je op een gegeven moment uitgekeken bent op alleen maar 25 mm.

Wat neem je er dan bij? Een zoom? Of nóg een vastbrandpuntsobjectief, om het topklasseniveau aan te houden. Heel aantrekkelijk is dan de 2,0/50 mm macro. Licht, compact, en nog een volle stop lichtsterker dan de 25 mm. Hij gaat tot een afbeeldingsverhouding 1:2 (halve grootte). Om tot 1:1 (ware grootte) te kunnen gaan zou het objectief groter en zwaarder worden, terwijl lang niet iedereen dat nodig heeft.

Om tot 1:1 (ware grootte) te kunnen gaan zou het objectief groter en zwaarder worden, terwijl lang niet iedereen dat nodig heeft. Olympus lost dat op met een als accessoire leverbare tussenring.
Deze 50 mm is overigens meer dan een macro-objectief. Het is een zeer lichtsterke, korte tele, uitermate geschikt voor portetten en reportagefotografie, ook bij weinig licht. Ook van dit objectief is de kwaliteit hoog. Scherp, briljant en mooie zachte onscherpteweergave. Een droomoptiekje, veel waar voor je geld. En zit de E-420 met 25 in je ene jasjak, dan gaat deze met gemak in de andere.

Klassieke set?

Zo kom je heel dicht bij de klassieke reportageset uit de fifties en sixties. Er is één maar: het was fijner geweest als Olympus niet voor 25 mm had gekozen, maar voor 18 of 20 mm. Dan had je een groothoekiger standaardobjectief gehad. Daar heb je in onze steeds voller wordende wereld meer aan. Die 25 mm is te weinig tele en te weinig groothoek.

Niet geschikt voor portretten, en ook niet geschikt voor overzichten. Vind ik. Maar ik heb niet alle gelijk aan mijn kant. Doorgaans gebruik je een 50 mm equivalent zo, dat je een natuurlijk perspectief krijgt. Je fotografeert het beeld zoals je het met het blote oog zag. Een eerlijk beeld. Daar is ook wat voor te zeggen. De grote Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson maakte het gros van zijn foto’s met een 50 mm.

Dus: laat ik maar zegen dat de Olympus 2,8/25 mm een uitdaging is voor je fotografenoog. Net als de Leica Summilux 1,4/25 mm, die overigens ook op deze Olympus past (maar wel 4x zo lichtsterk is, en 5x zo zwaar). En de Sigma 1,8/24 mm. Keuze te over.
Wat de beeldkwaliteit van de E-420 betreft: op ISO 400 geen storende ruis, ISO 800 valt nog erg mee, en met RAW-verwerking valt nog nuttige winst te behalen. De kleurweergave is globaal erg goed, al zal de witbalans bij kunstlicht en TL-licht nog wel eens wat hulp nodig hebben.

Jammer

Kiezen voor de extra lichte, extra compacte E-420 wordt helaas bestraft met het verlies van beeldstabilisatie. Troost is dat je het minder nodig hebt als je inderdaad lichtsterke optiek gebruikt. Met de 2,0/50 heb je op volle opening liefst drie diafragmastops winst ten opzichte van de 14-42 mm standaardzoom in de telestand (f/5,6). Dat is ongeveer de winst die Olympus’ beeldstabilisatie onder gunstige omstandigheden oplevert.

Natuurlijk zou bij de aanwezigheid van antishake het verschil met de E-510/520 erg klein worden, maar maak hem dan meteen maar extra regen- en stofbestendig, zodat er iets moois voor het ruige reiswerk ontstaat.
Wij wachten af. Met respect voor de wijze waarop Olympus bezig is een herkenbaar eigenzinnig cameramerk te blijven.

L. Polder
| 16-05-2008
Boeken algemeen