Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Reviews

Sony A350/A300 en A200 – moeilijk nee zeggen

Sony heeft zich een jaartje warm gelopen en bouwt nu voortvarend aan z’n reflexlijn. Drie nieuwe modellen dit voorjaar alleen al, het fullframe topmodel rond de Photokina. De vraag: snapt Sony waar reflexkopers op zitten te wachten?

Toen het nieuws van de A200 doorkwam leek het er op dat Sony de A100 had vereenvoudigd. Had de A100 twee grote instelknoppen, de A200 nog maar één. Betekende het dat er een aantal functies in het menu zijn verdwenen om de camera er minder ingewikkeld uit te laten zien? Dat maakt een camera juist vaak ingewikkelder. Maar zo is het niet.

Je drukt nu op de functieknop (F) achterop en je krijgt een scherm met de zes belangrijkste camerafuncties, zoals AF-gebied, Witbalans, Lichtmeting. Je klikt de gewenste functie aan en krijgt de opties te zien. Dat werkt duidelijk en snel, in feite nog sneller dan op de A100. Mooi is ook dat er een aparte ISO-knop kwam, waarmee je direct de ISO-instelling start.

Duidelijk

Na kort met de A200 te hebben gespeeld weet je het zeker: dit is de duidelijkste, makkelijkste en minst geheimzinnige reflex van dit moment. Je vindt meteen je weg, er zijn nauwelijks trucjes die je je eigen moet maken.

Daarmee is de A200 een heel mooi en compleet begin van de serie. De A300 verschilt maar op twee hoofdpunten. Live view en een uitklapbaar lcd-scherm. Beide hebben een 10 MP CCD. De nieuwe A350 is gelijk aan de A300, maar heeft een 14 MP CMOS.

Mooi ding, die 14 MP CMOS, en Sony weet er écht wat goeds uit te halen!

Live view met snelle AF

Live view werd tot voor kort gezien als een interessante aanvulling van de gebruiksmogelijkheden van de reflex, maar wel met een beperking: de snelle scherpstelling, juist het kenmerk van de reflex, ben je kwijt. Of de spiegel moest eerst omlaag om het AF-systeem te laten werken, óf de camera ging scherpstellen als een compactcamera (bij sommige modellen heb je keuze uit beide), maar in elk geval: voorbehouden aan rustige vormen van fotografie. Macro bijvoorbeeld, of studiowerk.

Als het lcd-scherm omhoog wordt geklapt, komt het ook wat van de body af te staan, zodat je een perfect overzicht hebt.

Met de A300 en A350 is dat opgelost en staan alle merken met live view in één klap op achterstand. Er is een tweede AF-systeem aanwezig, speciaal voor live view. En daarmee stel je net zo scherp als wanneer je via de reflexzoeker kijkt.

Klapscherm

Sony maakt het meteen extra leuk door het grote lcd-scherm bij beide modellen uitklapbaar te maken. Prettig is dat het klapmechanisme zo is uitgevoerd, dat het schermpje altijd recht achter het objectief blijft zitten, niet ernaast zoals bij Panasonics L10 en Olympus’ E-3. Dit werkt veel natuurlijker. Het schermpje kan schuin omlaag, voor opnamen boven je hoofd, of omhoog (tot 90 graden omgeklapt) voor alle denkbare opnamestanden waarbij je van boven kijkt.

Vanaf de grond, maar bijvoorbeeld tijdens een gesprek of interview vanaf een tafel, vanaf borsthoogte, buikhoogte. Bij foto’s van mensen werkt dat heel ontspannen: pratend, af en toe op je scherm kijkend, af en toe een opname maken, het werkt. Ook foto’s van kinderen maak je zo veel makkelijker, doordat je meer op hun ooghoogte werkt.

Steady Shot

Sony wint hier dus vét op punten. Maar er is nog meer om de concurrentie een tik uit te delen: ingebouwde beeldstabilisatie. Welk objectief je ook gebruikt, of het nu een tien jaar oud Minolta objectief is, een gloednieuwe Carl Zeiss, een scherp geprijsde Sigma of een van Sony’s onder eigen naam uitgebrachte optieken, je hebt beeldstabilisatie. En als je naar de prijzen van de camera’s kijkt, betaal je daar nauwelijks meer voor.

De winst bedraagt zo’n 2,5 sluitertijdstop, doe je echt je best om de camera stil te houden, dan kan er nog wel een stopje extra winst worden geboekt. Bij Sony’s grootste concurrenten, Nikon en Canon, zit de stabilisatie in de objectieven. En juist nu de opkomende merken Sony, Olympus en Pentax allemaal gestabiliseerde body’s hebben zullen de nummers een en twee van de markt zich ernstig moeten beraden of hun concept nog wel klopt. Zelfs Sony’s professionele fullframe-model zal beeldstabilisatie in de body hebben!

Steady shot in de camera, dus bij elk objectief dat je gebruikt heb je beeldstabilisatie.

Beeldkwaliteit

De Sony 10 MP CCD van de A200 en A300 levert goed beeldmateriaal af, en ISO 800 is zonder zwaarwegende bedenkingen inzetbaar. Bij ISO 1600 doet de standaard ingestelde ruisonderdrukking goed werk, al ga je in donkere vlakken echt wel kleurwolkjes zien. Het is beter dan bij de A100 en voor doorsnee toepassingen is die 1600 stand goed te gebruiken. Ruis is geen doodzonde, het moet in de reële praktijk alleen geen storende factor zijn. Met RAW-verwerking is hier overigens ook eer te behalen.

Dat de ruisonderdrukking aan staat is goed, hij is niet zo sterk dat je hem soms liever uit zou willen zetten. ISO 3200 moet je bij de A200 en A300 alleen in geval van nood gebruiken. Dat geldt niet voor de A350! Daar blijft ruis zelfs in de ISO 3200 stand nog aanvaardbaar, én: je ziet ook dat die 4 megapixel erbij duidelijk tot meer detaillering leidt, óók in die hoge ISO-stand. ISO 1600 wordt vanzelfsprekend gaver, maar het kwaliteitsverschil is niet eens zo gek groot. Mooi ding, die 14 MP CMOS, en Sony weet er écht wat goeds uit te halen!

Elektronische teleconverter

Iedereen weet dat 14 miljoen pixels vaak overkill is. Maar, wordt er dan gezegd, dan kun je achteraf nog een uitsnede maken. Nou, dacht Sony, waarom doen we dat dan niet meteen in de camera. Druk je 1x op de digitale zoomknop van de A300/A350, dan wordt 1,4x ingezoomd, druk je nogmaals, dan is de digitale zoom 2x.

Overigens gaat de camera bij 1,4x wel over op resolutiestand M. Bij de A350 heb je dan ongeveer 7 miljoen pixels, bij de A300 5 miljoen. Bij 2x ga je naar de S-stand (respectievelijk 4 en 3 MP). Absoluut geen onzinnige functie, deze elektronische teleconverter. Hij neemt ook geen licht weg, zoals een optische converter wel doet.

1x indrukken van de knop voor digitale zoom geeft een vergroting van 1,4x, nogmaals indrukken geeft 2x. Digitale zoom werd lang afgedaan als volksverlakkerij, maar bescheiden toegepast en in combinatie met een goede beeldchip, kan het een verrijking zijn.

Wie overweegt op Olympus of Panasonic over te gaan vanwege cropfactor 2x, zou ook de A350 kunnen overwegen. Die levert in de 1,4x stand een cropfacor van ruim 2x, interessant in combinatie met bijvoorbeeld een 300 mm of langer. En als je geen lange tele gebruikt profiteer je van het grotere sensorformaat. Clever gedaan van Sony.

Oogstart

Een eigenheidje, nog van Minolta, is de oogstartfunctie, en die houdt Sony gelukkig in ere. Zodra je je camera aan het oog begint te nemen, gaat de scherpstelling al meten en regelen, zodat het beeld meestal al scherp is als je de zoeker goed en wel aan het oog hebt. De truc is dat je impulsiever te werk kunt gaan: eerst nog scherpstellen betekent vertraging.

Een eigenheidje, nog van Minolta, is de oogstartfunctie,
en die houdt Sony gelukkig in ere

Je wijsvinger hoeft pas in actie te komen als je de foto wilt maken (geheel indrukken ontspanknop) of scherpstelling en/of belichting wilt vergrendelen (half indrukken ontspanknop). Nadeel van de oogstartfunctie kan zijn dat de scherpstelling blijft werken als de camera aan een riem tegen je aan hangt. Gebruik dan de hoofdschakelaar om hem uit te zetten. Wie er niet aan kan of wil wennen kan de oogstartfunctie via het menu ook uitzetten.

Overzicht en duidelijkheid kenmerken het bedieningsconcept van de A200/300/350.

AF

Het AF-systeem (1 kruissensor, 4 rechte lijnsensors, 4 schuine lijnsensors) werkt snel, secuur en onopvallend. Wie graag met selectieve scherpte speelt, zal alleen de centrale sensor gebruiken (kruissensor). Bij weinig licht is het toch beter ook de overige acht mee te laten werken. De scherpstelling blijft dan snel werken. En je kunt het irritante AF-hulplicht uitlaten (werkt via de flitser, die een stroom flitspulsen geeft).

Zoekerkwestie

Kijk je trouwens voor het eerst door een van de drie camera’s, dan kan je een teleurstelling wachten. Het oculair is nogal krap bemeten, zodat sommige brildragers het totale zoekerbeeld niet altijd in z’n geheel zullen overzien. Als Sony een oogschelpje uitbrengt dat iets platter is dan het standaard exemplaar is het goeddeels verholpen. Het zoekertje van de camera’s is ook nogal klein. Kijk door de nieuwe Eos 450D en je ziet welke kans Sony heeft laten liggen om nóg overtuigender ten tonele te verschijnen.

De afgeschuinde achterkant maakt de hantering extra plezierig.
Hanteren

Ergonomisch zijn de camera’s dik in orde. Compact, maar niet te klein. De A200, de lichtste, ligt perfect in balans als je die 3,5-5,6/18-70 standaard zoom erop zet. Een licht objectiefje dat goed presteert, met net even wat meer tele dan meeste kitlenzen.

Mechanisch en optisch beter is de nieuwe Sony DT 3,5-5,6/16-106 mm, de nieuwe betere standaardzoom van Sony. Hij is goedkoper dan de Carl Zeiss 3,5-5,6/16-80 mm, de beste zoom die je er in deze lichtsterkteklasse op kunt zetten. Een van de beste standaardzooms op de markt, met een prachtige afbeeldingskwaliteit (pittig tekenend, maar niet te hard, mooi vloeiend onscherpteverloop).

Zeer kansrijk

Direct vanaf de uitlevering verkoopt de A350 van Sony erg goed. Hij biedt ook zo ongeveer alles wat je zou wensen. En nu de beeldkwaliteit van de CMOS ook zo hoog blijkt, kan het alleen nog maar opwaarts gaan. Daar zal zelfs de wat tegenvallende zoeker niet veel afbreuk aan doen: het pakket is daar gewoon te compleet voor. De andere twee modellen mogen er echter ook zijn. De verschillen zijn duidelijk, de keuzes ook. Sony zit op succeskoers.

L. Polder
| 15-04-2008
Kerst trends 2016