Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Advies

Fullframe of kleine sensor

Voors en tegens

Eindelijk, ook Nikon komt met een fullframe digitale reflex. Waren we net gewend aan het leven met cropfactors, hebben we misschien net een supergroothoekzoom voor het digitale reflexformaat gekocht, blijkt ineens dat je toch nog van de volle pracht van je kleinbeeldobjectieven kunt genieten. Goed om daarom eens de balans op te maken. Fullframe of APS-C?

De letters FX staan v/h 'nieuwe' beeldformaat van Nikon.

Het is natuurlijk raar gegaan met de ontwikkeling van de digitale reflexcamera. Technisch was er nooit een goede reden om met kleinere beeldsensors te werken dan 24x36 mm. Het was puur een kostenkwestie. Beeldchips maken was al duur en de uitval bij de productie was ook nog eens hoog.

Verder bleek het goed mogelijk te zijn op een klein oppervlak toch veel pixels weg te stoppen, dus de resolutie was geen probleem. Fullframe was omwille van de kwaliteit niet nodig en zou de camera’s zo duur maken, dat de doorbraak van de digitale reflexfotografie lang op zich zou laten wachten. En al dat researchgeld moet ook liefst zo snel mogelijk worden terugverdiend.

De Nikon D3 mag dan de aandacht voor fullframe versterken, de Eos D5 is vooralsnog de enige digitale reflex die fullframe enigszins betaalbaar weet te houden.
Cropfactor

Het was dus om financiële redenen dat de eerste digitale reflexcamera’s het kleinbeeldformaat niet benutten. Waar dus die vervelende cropfactor uit naar voren kwam. Vervelend vooral voor de groothoekliefhebber, maar de sport- en vogeltjesfotografen waren blij: die kregen gratis een soort ingebouwde teleconverter...

Om diezelfde financiële reden werd gebruik gemaakt van bestaande camerahuizen. Zelfs het reflexsysteem werd niet aangepast, waardoor je werd opgezadeld met een veel kleiner zoekerbeeld dan met de oorspronkelijke kleinbeeldreflex. Zo bracht de vooruitgang meteen forse nadelen met zich mee. Inmiddels is op dat punt wel verbetering gescoord, maar zeker in de amateursector is er ruimte voor zoekergroei.

Groothoekgat

In de sector waar snelle beschikbaarheid van het digitale beeld van het grootste belang was, de sportfotografie, waren de voordelen van de kleine sensor groot, zoals gezegd. Je kreeg voor hetzelfde geld meer tele, of je kon volstaan met een lichter, compacter en goedkoper teleobjectief. En voor de reportagefotografie werden als snel groothoekzooms uitgebracht, die in hun eentje het bereik van drie vroegere vastbrandpuntgroothoeken dekten.

De toepassing van kleinere sensors gaf een tekort aan ultragroothoekmogelijkheden, maar dat werd door de fabrikanten kordaat opgelost met het uitbrengen van supergroothoekzooms

Door toepassing van nieuwe optische technieken scoorden deze zooms ook nog eens zo goed, dat reportagefotografen wel te vermurwen waren hiermee het ontstane groothoekgat te vullen. En zo werd de digitale reflexfotografie snel volwassen, ook met relatief kleine beeldsensors. Het APS-C formaat werd feitelijk een nieuw standaard opnameformaat voor digitale reflexen, waar speciale objectieven voor werden ontwikkeld die niet eens meer voor fullframe-toepassing geschikt waren.

Big pixels

Binnen dat nieuwe formaat werden, om de resolutie te verhogen, de pixels steeds kleiner. Maar: hoe kleiner de pixel, hoe sterker de beeldruis. Die ruis kan elektronisch worden onderdrukt, maar dan is de kans aanwezig dat je detaillering verliest. Dat betekent dat je met compromissen te maken krijgt.

foto: Alex de Smit
Grotere pixels, dat is minder ruis en een groter dynamisch bereik, ideaal voor situaties met weinig licht en onderwerpen met een groot contrast.

Met een grotere sensor kun je voor een gelijke resolutie grotere pixels toepassen. Dan is het makkelijker om bij hogere ISO-standen ruisvrije en detailrijke beelden te krijgen. Bovendien krijg je een groter dynamisch bereik: je kunt grotere verschillen tussen de lichtste en donkerste partijen overbruggen. Het is dus makkelijk scoren voor de fullframe reflexcamera.

Selectieve scherpte

Een groter opnameformaat geeft minder scherptediepte, dat is een onwrikbare fotografische wet. Het voordeel van de reflexen met een kleine sensor is dat je altijd relatief veel scherptediepte hebt. En dat is tegelijk een nadeel als je ervan houd heel selectief met scherpte te werken. Bij de kleine sensor lukt het soms onvoldoende om de achtergrond sterk te laten vervagen, bij fullframe krijg je dat makkelijker voor elkaar.

Oude optieken

Het fijne van fullframe is verder dat je je oude objectieven uit het filmtijdperk kunt gebruiken zoals ze ooit bedoeld waren. Een supergroothoek blijft dus een supergroothoek. Bedenk wel dat sommige van die oudjes misschien wat zullen tegenvallen. Met een kleine sensor gebruik je alleen het centrale deel van het beeld, en daar zit de meeste kwaliteit. Bij fullframe gebruik je ook de hoeken van het beeld, waar de meeste afbeeldingsfouten zitten.

Tel daarbij het feit dat de optische technologie de laatste decennia met sprongen vooruit is gegaan: je moet dus niet gek opkijken als foto’s met een moderne APS-C reflex met moderne optiek scherper zijn dan foto’s met een fullframe-reflex met een objectief van vijftien jaar geleden!

Radicaal

Eigenlijk zijn er maar twee fabrikanten die voor wat betreft hun digitale reflexlijn een radicale keuze hebben gemaakt: Olympus en Leica/Panasonic. Zij gingen niet voort op een bestaande reflexlijn en bouwden ‘from scratch’ hun nieuwe digitale reflexsysteem. Ze kozen daarbij meteen voor een extra klein sensorformaat, waardoor camera’s en objectieven duidelijk kleiner en lichter kunnen worden geconstrueerd. De cropfactor ten opzichte van kleinbeeld is circa 2x. Dus een 2,8/150 mm werkt als een 2,8/300 mm. Dat spaart veel geld en je hoeft duidelijk minder gewicht en volume mee te zeulen. Van deze fabrikanten is geen fullframe te verwachten, althans niet op basis van hun four/thirds-standaard.

D40X met 18-200 mm IS objectief
Fullframe, laat nu maar zitten?

Neem je nu een Nikon D40x in de hand met daarop het veelgeroemde 18-200 mm IS objectief (beeldstabilisatie), dan zeg je: ‘Fullframe? Laat maar zitten!’ Om dit in fullframe te evenaren krijg je door de ingebouwde antishake een dikker, zwaarder objectief van circa 28-300 mm. Of kijk naar de 55-200 mm IS, een uitstekend presterend, zeer betaalbaar objectiefje met beeldstabilisatie. De fullframe equivalent zou veel groter en duurder zijn. Voor veel fotografen is fullframe inmiddels dan ook een gepasseerd station!

Maar voor maximale detaillering, optimale scherpte/onscherptecontrole, maximale contrastomvang en hoogste kwaliteit tot ver in de hoge ISO’s is fullframe onverslaanbaar. En daar hangt dan ook een prijskaartje aan.

Hier kan fullframe nooit tegenop. Zeer compacte lichte body (Nikon D40x), zeer compacte lichte 55-200 mm telezoom (vergelijkbaar met 82,5-300 mm voor fullframe), voorzien van beeldstabilisatie. Het telezoompje kost nog geen € 400,- en levert verrassend mooie beelden.

L. Polder
| 12-09-2007
Kerst trends 2016