Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Reviews

Olympus E-510

Het nieuwe reflexfotograferen

Er werd lang naar uitgekeken naar de E-510, de E-400 had de nodige verwachtingen gewekt. Beeldstabilisatie erbij, plus live preview. Maar kan dat allemaal wel, met die kleine sensor? Hoe serieus gaan we Olympus meetellen?

Na een paar uurtjes camera verkennen en foto’s maken is er een licht gevoel van opwinding. Dit is het nieuwe reflexfotograferen! Een snel reagerende camera, geschikt voor een hoge successcore bij actiesnapshots. En tegelijk een fijne camera voor table top, pack shots, macro- en studiofotografie door de uitstekend werkende live preview via het lcd-scherm achterop. Je krijgt echt respect voor wat Olympus hier neerzet, en je ziet dat er werkelijk geprofiteerd kan worden van het feit dat Olympus z’n digitale reflexsysteem niet heeft opgebouwd vanuit een bestaand kleinbeeldsysteem.

Live preview

Om dan meteen maar met die live preview te beginnen. Probleem zou kunnen zijn dat mensen verwachten dat het net zo werkt als bij een compactcamera. Maar zo eenvoudig ligt dat technisch niet.

Live preview geeft een betrouwbare voorproef van de foto

Activeer je live preview, dan klapt eerst de spiegel omhoog, daarna verschijnt het beeld dat de sensor ontvangt. Dat kost tijd, en de snelle autofocus van de camera, die deel uitmaakt van het reflexsysteem, staat dan buiten spel.

Het is dus zaak die scherpstelling al vooraf uit te voeren, of je stelt hem handmatig in, eventueel met behulp van een 10x of 14x loepfunctie, waarmee zeer precies te werken valt. Of je laat het alsnog door de camera uitvoeren. Het mooie is daarbij dat je vrij kunt bepalen op welke beeldpartij de camera scherpstelt. Je stuurt het scherpstelvakje naar dat deel van het beeld, drukt op de scherpstelknop en automatisch heb je een goede scherpstelling.

Erg handig voor studiosituaties waarin productie gemaakt moet worden! Live preview is verder handig voor een comfortabele compositiebepaling (en goed voor je rug ook, als je camera wat lager staat hoef je niet steeds achter die reflexzoeker te kruipen). Verder heb je natuurlijk een handige voorafcontrole op belichting en witbalans.

Het belang van beeldstabilisatie is groter naarmate de beeldhoek kleiner wordt. Dit net aangekondigde 75-300 mm objectief heeft naar kleinbeeld omgerekend een bereik dat vergelijkbaar is met een 150-600 mm.
Antishake

Tweede highlight van de E-510 is de beeldstabilisatie. Bij toepassing in een objectief geeft deze techniek altijd een hoger rendement, toepassing in de body is financieel aantrekkelijker voor de gebruiker. Bij Olympus kun je trouwens beide toepassen: de twee Leica zoomobjectieven voor de Panasonic L1 hebben een eigen beeldstabilisatie (Leica, Panasonic en Olympus passen dezelfde bajonetvatting toe en camera’s en objectieven zijn onderling uitwisselbaar).

Laten we eerlijk zijn: antishake is een enorme verrijking van de fotografische mogelijkheden, en dat openbaart zich bij het fotograferen met de E-510 ook weer ten volle! Je kunt zo lekker relaxed fotograferen. Je hoeft gewoon minder te letten op het stilhouden van de camera. De winst in haalbare sluitertijden is 2 tot 3 stops: als je goed je best doet wil ¼ s uit de hand lukken, 1/8 is zekerder.

De antishake werkt vooral erg fijn in combinatie met de auto-ISO. De E-510 waardeert indien nodig de ISO-waarde op, tot maximaal ISO 400. Gezien het feit dat ISO 400 er bij de E-510 erg goed uitziet kun je dus redelijk onbezorgd aan de slag, ook bij minder gunstig licht of minder lichtsterke optiek.

Kleine beeldchip

De four/thirds-standaard van Olympus, Leica en Panasonic is gebaseerd op een kleiner formaat beeldsensor dan de andere merken. Hebben die meestal een crop-factor van 1,5 of 1,6, hier is het 2! Dus dat betekent dat je met een 150 mm het effect krijgt van een 300 mm op kleinbeeldfilm. Dat levert hele interessante voordelen op. Een 2,8/150 van Sigma met Olympusvatting doet ongeveer hetzelfde als een 2,8/200 voor Nikon, Canon en collega’s. Dat scheelt geld, omvang en gewicht.

Voor het echte (super)groothoekwerk ben je nog aangewezen op twee Olympus objectieven, de 2,8-3,5/11-22 en deze 4/7-14 mm.

Olympus en Leica maken objectieven die geheel op de four/thirds-standaard zijn afgestemd. Ook Sigma doet mee, door voor digitale toepassing geschikte objectieven (cropfactor maximaal 1,7) ook met four/thirds-vatting uit te brengen. Groothoekiger dan de 18-50 brengt Sigma (nog) niet, de 10-20 zou hier zeer welkom zijn.

Olympus zelf maakt het extra interessant door voor hetzelfde geld als de collega-cameramerken (of minder) meer lichtsterkte te leveren: kijk maar eens naar de 2,0/150 mm! Of de 2,0/35-100 en de 2,8/90-250 mm. En bedenk je ook eens wat je met een Sigma 5,6/300-800 krijgt. Ja, nog even voor de goede orde: voor een vergelijking met kleinbeeld: alles x2!

Die extra lichtsterkte is trouwens om een extra reden welkom: hoe kleiner het opnameformaat, des te groter is de scherptediepte. Wie met een selectieve scherpte wil werken (denk aan mode- en portretfotografen), heeft een hoge lichtsterkte nodig. Wil je in dit opzicht niet achteruitgaan als je een kleinere sensor gebruikt, dan heb je éxtra lichtsterkte nodig.

Ruis?

Die kleine beeldchip levert dus winst op. Maar: hoe kleiner de chip, des te kleiner moet je je pixels maken om qua resolutie in de pas met de concurrentie te blijven. Tot nu zag je, globaal genomen, dat de grens van de aanvaardbare ruis circa 1 ISO-stop lager uitkwam dan bij camera’s met sensors op APS-grootte (zoals de meeste op dit moment). Zat je daar met ISO 800 op een aanvaardbare ruis, dan kwam je bij de camera’s van het four/thirds-systeem op 400.

In opnamen in de stand ISO 400 is bij de E-510 geen ruis te vinden. Die is knap gecamoufleerd door een elektronisch ruisfilter, dat kan worden ingesteld op laag, standaard en hoog, en kan ook nog eens helemaal worden uitgeschakeld. Als je je beelden vergroot op het scherm bekijkt kun je concluderen dat het ruisfilter in de stand normaal alles iets te mooi wegstrijkt, en dat gaat een beetje ten koste van de detailscherpte. Op ISO 400 en zelfs 800 kan het ruisfilter ook goed in de stand laag worden gebruikt. Je houdt dan een betere scherpte, terwijl je niet of nauwelijks ruis vindt. De combinatie ISO 400, ruisfilter laag en verscherping + 1 maakt beslist indruk! Dat ziet er gaaf en scherp uit, die kun je gewoon standaard gebruiken. Bij ISO 800 lijkt het beter het ruisfilter een standje sterker te zetten.

Heel knap wat Olympus uit zo’n kleine sensor haalt, maar bij de hogere ISO-standen (800 en 1600) zijn de verschillen met de grotere sensors nog niet ingelopen. Het hangt heel erg van de toepassing af of je dat verschil überhaupt terugvindt. Gelukkig biedt de camera zeer veel beïnvloedingsmogelijkheden. Bovendien kun je door de beeldstabilisatie op ISO 400 werken, waar je met een andere camera 800 of meer zou kiezen.

De Olympus reflexen bieden de mogelijkheid RAW-bestanden in de camera af te werken, waarbij veel parameters kunnen worden beïnvloed. Het RAW-bestand blijft onaangetast, je kunt zoveel varianten in JPEG maken als je wilt.
RAW-ontwikkeling in de camera

Natuurlijk kan de camera ook RAW-beelden schieten, ook in combinatie met JPEG’s. Mooi is dat je de verdere processing ook in de camera kunt uitvoeren. Je kunt van elk RAW-beeld zoveel varianten maken als je wilt: op het moment dat je de RAW-verwerking activeert past de camera de geldende instelling toe voor ruisfilter, verscherping witbalans, compressie, contrast, verzadiging, enz.
Daarnaast zijn er nog nabewerkingen mogelijk voor uitsnede, resolutie, rode oogjes wegwerken, enz. In elk geval: je kunt met deze camera printklare foto’s produceren.

Veelzijdig

Olympus ziet goed dat er een nieuwe generatie reflexgebruikers is opgestaan, die weinig of geen fotografische achtergrondkennis hebben, maar wel open staan voor de functionaliteit en kwaliteit van een reflex. Vandaar dat het goed is dat er veel handige onderwerpsprogramma’s in de camera zitten (ook speciale dingen, zoals een high key en een low key programma). Aan de andere kant is echt élke parameter bij deze camera instelbaar en beïnvloedbaar. Daarbij maak je gebruik van een zeer overzichtelijk lcd-instelscherm, dat in één veld een compleet overzicht geeft, en waarin je ook direct instellingen kunt uitvoeren zonder eerst de menu’s in te gaan. Daar is heel goed over nagedacht.

Jammer dat er bij de vertaling van de gebruiksaanwijzing iets mis is gegaan: hoewel je gewoon met Nederlandse cameramenu’s kunt werken, staan in de Nederlandse vertaling de Engelse menutermen. Dat is heel lastig. Olympus zou als erratum een vertaallijstje moeten bijvoegen, anders gaan beginnende fotografen het erg moeilijk krijgen.

Gebruik

Het gebruiksgemak van deze camera is dik in orde. Je kunt de camera zo programmeren dat je de autofocus altijd handmatig kunt naregelen, zonder eerst op manual focus te hoeven overgaan. Handig is dat je hiervoor de draairichting voor de scherpstelling naar eigen voorkeur kunt instellen. Veel mensen kunnen de handgreep van de E-510 erg waarderen. Hij geeft ook meer grip dan de E-410, die deze greep mist. Toch valt ook daar heel plezierig mee te werken. De handgreep herbergt ook een dikkere accu dan de E-410. Je zou haast vergeten het te vermelden: ook deze Olympus heeft een goed werkend automatisch stofverwijderingssysteem

De E-510 is compact, maar voor handen van iedere grootte hanteerbaar. De handgreep is bekleed met stroef materiaal, voor een veilige grip.

4:3

De camera’s van het four/thirds-systeem hebben een opnameformaat met een breedte/hoogteverhouding van 4:3 (net als alle digitale compactcamera’s). Of je daarmee wilt werken is een beslissing die je eigenlijk vóór alles moet nemen. Het is een strikt persoonlijke kwestie. De meer gangbare kleinbeeldverhouding van 3:2 werkt bij liggende opnamen panoramischer. Bij staande opnamen, vooral bij portretten is 3:2 vaak veel te hoog. Feit is dat je met 4:3 heel makkelijk harmonische composities opbouwt, en dat bij illustratieve toepassingen 4:3 ook vaak heel erg goed van pas komt, of het nu gaat om boekpagina’s, tijdschriftillustraties of webpagina’s.

Zoekertje

Licht teleurstellend is de zoeker van de E-510. Hij is wel helder, maar nogal klein. Wie de moeite neemt om nog eens een oude Olympus OM-1 aan het oog te nemen, ziet direct dat de digitale reflex nog lang niet uitontwikkeld is. Olympus heeft op dit gebied in 1972 pionierswerk laten zien, hoog tijd voor een herhaling!

Het zoekerbeeld is helder, maar klein. Als accessoire is een oculairloepje te koop, dat je in de oculairopening plaatst. Het geeft een aantrekkelijke extra vergroting, al geeft het wel vertekening. Brildragers moeten even proberen of ze bij gebruik van het loepje de opname-info nog wel goed kunnen zien.

Conclusie

De E-510 is simpelweg een van de meest veelzijdige reflexen van dit moment, en hij is geschikt voor een zeer breed publiek: van de absolute beginner tot de veeleisende fotograaf met ervaring en inzicht. Hij is ook goed inzetbaar voor bedrijfstoepassingen, waarbij de ene keer een receptie wordt gefotografeerd, en de andere keer productopnamen worden gemaakt. De compactheid van de camera en z’n systeem wordt zichtbaar gemaakt in de dubbelzoomkit, waarbij naast de 14-42 mm standaardzoom ook een 40-150 mm zoom wordt meegeleverd (naar kleinbeeldnormen een 8-300 mm superlicht en klein, kan zó in je zak mee). Daarmee is de E-510 ook een aantrekkelijke reisreflex.

L. Polder
| 02-08-2007