Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Advies

Het geheim van de digitale compactcamera

Waar let je op als je een digitale camera koopt?

"Toen ik zeven jaar geleden voor het eerst een digitale compact camera kocht, wist ik niet wat me overkwam....". Professioneel fotograaf Feddo van Gogh vertelt over zijn eerste ervaringen met de digitale camera.

Natuurlijk was dat kleine schermpje waarop het resultaat kort na de opname verscheen, verreweg de grootste attractie. Overigens was dat alleen in schemerige omstandigheden te gebruiken. Soms moest je lang wachten voordat je de volgende foto kon maken, en als je op de knop drukte was het een kwestie van geduld voor er eindelijk iets gebeurde, het moment suprême was dan meestal al voorbij. Ok, na de eerste dertig opnamen begonnen de batterijen al te protesteren; maar dat alles kon me de pret niet drukken. Neen, meteen zien wat je gedaan hebt had een grote charme.
Bovenal was ik echter diep onder de indruk van de bijzondere kwaliteit die de foto’s uitstraalden. Na een leven van professioneel fotograferen met alle soorten camera’s, kwamen deze resultaten me bijna onwerkelijk voor.

Het verschil

Een tijd lang vroeg ik me af waarin die resultaten verschilden van wat ik bijvoorbeeld met de Nikon schoot en waardoor dit nu precies werd veroorzaakt. Toen viel de munt.

Doordat het chipje, waarmee de compactcamera het beeld vastlegt, vele malen kleiner is dan het kleinbeeld formaat van mijn Nikon, is het brandpunt van de lens ook veel korter dan de standaard kleinbeeld lens.

foto: Feddo van Gogh
Kleinere beeldchip, grotere scherptediepte

Om concreet te zijn: het standaardbrandpunt voor het kleinbeeld formaat is 50 millimeter. De gemiddelde compactcamera heeft een brandpunt van 6 millimeter! Hoewel de beeldhoek van een compact ongeveer overeenkomt met die van een 38 millimeter kleinbeeld lens, krijg je de scherptediepte van een 6 millimeter lens cadeau! Dat zorgt voor beelden die bijna van voren tot van achteren scherp zijn, zelfs bij volle lensopening.

Een fabelachtige automatische witbalans
zorgt voor natuurgetrouwe weergave van dag- en kunstlicht

Veel compactcamera’s hanteren trouwens om die reden meestal een grote lensopening; als er te veel licht is, verlagen ze gewoon de gevoeligheid (ISO waarde) en kiezen een snellere sluitertijd. Ook bij weinig licht maak je foto’s met grote scherptediepte.

foto: Feddo van Gogh
Ook bij weinig licht maak je foto’s met grote scherptediepte

De automatische aanpassing van de gevoeligheid maakt ragscherpe, prachtig belichte avondopnamen mogelijk. Menglicht vormt geen probleem voor de belichtingsautomatiek, een fabelachtige automatische witbalans zorgt voor natuurgetrouwe weergave van dag- en kunstlicht. Gebruik je de flitser, dan neemt de camera het bestaande achtergrondlicht perfect mee zodat het resultaat natuurlijk blijft aandoen.

Megapixel wedstrijd

Mijn eerste compact bezat drie megapixels. Zeven jaar later heeft de race om megapixels nauwelijks verandering gebracht in de kwaliteit van de resultaten. Drie megapixels is nog steeds ruim voldoende om een goede A4 print te maken en weinig amateurs hebben behoefte aan nog groter. Eigenlijk zitten die extra megapixels elkaar op dat superkleine chipje alleen maar in de weg. De meeste lenzen kunnen die miljoenen puntjes al lang niet meer uit elkaar houden, en zolang het chipformaat niet drastisch wordt opgevoerd is dat ook een verloren strijd.

Voor de professionals gelden andere normen. Zij moeten altijd de hoogste eisen stellen omdat ze zelden tevoren weten hoe groot hun foto’s worden gebruikt. De huidige professionele digitale achterwanden hebben al 40 megapixels maar dan wel op een chipformaat van 4x5 centimeter. Daar moeten we helaas wel rond de 25.000 euro voor neertellen en zijn dan en passant meteen al de boven besproken voordelen van die kleine chip kwijt. Dat geldt ook voor de digitale reflexmodellen die tegenwoordig vaak al een chip hebben van kleinbeeld formaat.

Waar let je op bij aanschaf van een compactcamera?

Staar je maar beter niet dood op de megapixels, drie is eigenlijk voldoende maar die modellen zijn nauwelijks meer te koop, vijf is meer dan zat. Let liever op de kwaliteit van de lenzen en op de constructie. Kijk of je sluitertijden en diafragmawaarden met de hand kunt instellen om een betere controle te krijgen.

foto: Feddo van Gogh
Een goede kwaliteit lens kan meer aan

Realiseer je dat een camera zonder extra optische zoeker in helder zonlicht nauwelijks te gebruiken is, een kantelbaar LCD schermpje is ook heel handig. Is er een AV aansluiting om beelden op de televisie te bekijken? Hoeveel foto’s kan ik op een batterijlading maken en wat kost een extra accu? Vergeet de digitale zoom. Alleen optische zoom garandeert behoud van beeldkwaliteit. Koop een geheugenkaart die voldoende foto’s kan vastleggen bij optimaal ingestelde kwaliteit (meestal anderhalve MB per beeld).

Het zijn nog steeds de oude cameramerken die de meest degelijke modellen leveren. Ik heb wanproducten in mijn handen gehad waarvan je de lens in uitgeschoven toestand met de hand ruim heen en weer kon bewegen. Bij een brandpuntafstand van enkele millimeters betekent dat een geweldige speling die wel tot slechte resultaten moet leiden. Fotografeer maar eens een krant recht van boven met de flitser.

Heel weinig camera’s doorstaan zo’n test. De beeldhoeken blijken vaak compleet onscherp en vervormd, lensfouten (chromatische aberratie) zorgen voor gekleurde contouren. Bekijk testrapporten op sites als bijvoorbeeld: www.dpreview.com of www.steves-digicams.com. Daar worden veel camera’s aan een diepgaand technisch onderzoek onderworpen, wat erg verhelderend kan werken.

Feddo van Gogh
| 30-05-2007
Boeken algemeen