Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Cameratips

Preview Jeroen Horlings Canon-cameraboek:

Hoofdstuk 1 van Fotograferen met een digitale spiegelreflexcamera: Canon

In dit inleidende hoofdstuk gaan we kort in op het fenomeen digitale spiegelreflexcamera (D-SLR). We bespreken de ideale werkhouding, (het verwisselen van) lenzen, het stofprobleem, de vergrotingsfactor van de beeldsensor en de verschillen tussen de 350D en de 400D.

De zoeker en het lcd-scherm
Een van de grote verschillen in de praktijk tussen een compactcamera en een digitale spiegelreflexcamera is de zoeker en de functie van het lcd-scherm. Bij een compactcamera is de zoeker vaak elektronisch. Het beeld wordt via de lens en sensor weergegeven op een klein lcd-scherm in de zoeker, met een lage resolutie. Dit heet ook wel EVF (Electronic Viewfinder). De resolutie is nogal grof en het beeld kan wat vertraagd zijn. Er zijn ook optische zoekers, daarmee ziet u het beeld echter niet via de lens, waardoor dit afwijkt van de werkelijkheid.

Pagina 11

De zoeker is vooral handig wanneer u zich wilt afsluiten van de omgeving of wanneer het (zon)licht te fel is om op het lcd-scherm te kunnen kijken. In de meeste gevallen zullen eigenaren van compactcamera's het lcd-scherm gebruiken om de compositie te bepalen. Het scherm is groter dan de zoeker, biedt een hogere resolutie en is bovendien in staat om rechtstreeks informatie te geven, zoals de lichtmeting, witbalans en een histogram. Bij D-SLR's is dat niet mogelijk (met uitzondering van instellingsinformatie achterop het lcd-scherm van de 400D).

Via meerdere spiegels wordt het beeld vanuit de lens in de zoeker geprojecteerd. Met de zoeker kijkt u dus rechtstreeks door de lens en ziet u dus exact wat u fotografeert. Omdat de spiegel voor de sensor zit is elektronische weergave via de zoeker of het lcd-scherm niet mogelijk. U moet dus altijd de zoeker gebruiken om uw compositie te bepalen. Dat heeft als nadeel dat u behalve informatie over sluitertijd en diafragma vooraf geen aanvullende informatie kunt bekijken, zoals een histogram.

Ook zijn de zoeker en het lcd-scherm niet kantelbaar, waardoor u altijd met uw oog achter de camera moet zitten. (Bij sommige compactcamera's kunt u de zoeker of het scherm kantelen waardoor u bijvoorbeeld relatief makkelijk foto's laag bij de grond kunt maken, zonder dat u op de grond hoeft te liggen.) Ondanks deze nadelen vinden de meeste fotografen het werken via de zoeker prettiger dan via een lcd-scherm, al is het in het begin - na de overstap van een compactcamera - vaak wel even wennen.

Pagina 12

De houding
Hoewel u uiteraard zelf bepaalt op welke manier u prettig met uw camera fotografeert, zijn er wel richtlijnen met betrekking tot een goede houding. Een spiegelreflexcamera wordt altijd met twee handen bediend. Met uw linkerhand houdt u de lens vast en met uw rechterhand hebt u de grip beet, zodat u gemakkelijk bij de ontspanknop (sluiter) en andere knoppen kunt. U kijkt met uw rechteroog door de zoeker, zodat uw neus aan de linkerkant net naast de body steekt. Met links kijken kan uiteraard wel, maar dan zit uw neus dus in de weg. Een veelgemaakte fout is dat de lens met de linkerhand aan de bovenkant wordt vastgehouden. Probeer het eens aan de onderkant; de camera rust dan op uw pols en u kunt nog steeds gemakkelijk zoomen en scherpstellen. Bovendien hoeft uw rechterhand dan niet al het gewicht alleen te dragen en is het een meer ontspannen houding.

Tekst bij de foto's van pagina 12: De achterzijde van de 400D (boven) en 350D (onder). Het grote lcd-scherm van de 400D valt direct op. Deze heeft het monochroomscherm van de 350D vervangen, waardoor alle instellingen direct van het lcd-scherm af te lezen zijn.

Pagina 13

Vergrotingsfactor
In tegenstelling tot analoge spiegelreflexcamera's en compactcamera's, moet bij digitale spiegelreflexcamera's altijd rekening worden gehouden met een zogenaamde vergrotingsfactor. De sensor is weliswaar een stuk groter dan die van een compactcamera, maar toch heeft deze niet het formaat van een 35mm-negatief. Een sensor is het duurste onderdeel van een spiegelreflexcamera en wordt geproduceerd met een kleinere omvang om kosten te besparen. Omdat de sensor een kleiner deel van het beeld opvangt, ontstaat een vergrotingsfactor (in het Engels crop genoemd, omdat er slechts een deel van het beeld gebruikt wordt).

Tekst bij de foto's van pagina 13: Zo moet het dus niet! Als de camera slechts met één hand wordt vastgehouden, draagt de rechterhand al het gewicht. Rechts: De linkerhand moet de camera steunen door de lens aan de onderkant vast te houden. Dit komt de stabiliteit ten goede. Ook moet het rechteroog zo dicht mogelijk tegen het oculair aanzitten, zodat het oog zo min mogelijk wordt afgeleid door de omgeving en nauwkeurig ziet. Het helpt ook om uw (linker)oog af te sluiten, zodat u zich volledig op het beeld door de zoeker kunt concentreren.

De sensor van de Canon 400D heeft een vergrotingsfactor van 1,6X. De kitlens van 18-55 mm is omgerekend naar het 35mm-equivalent dus een 29-88mm-lens. Als u nog lenzen hebt van een analoge Canon-camera, dan moet u de brandpuntafstand dus ook vermenigvuldigen met 1,6X.

Pagina 14

Het effect van een telelens wordt hierdoor versterkt, maar een groothoeklens verliest letterlijk zijn grote hoek (een 28-90 mm wordt bijvoorbeeld een 45-144 mm).

Omdat alle consumentencamera's momenteel een sensor ter grootte van het APS-formaat gebruiken, bieden lensfabrikanten ook speciale lenzen aan voor dit formaat. Deze bevatten minder glas en zijn daardoor veel goedkoper te produceren dan lenzen voor een fullframesensor. Dergelijke croplenzen zijn dan ook niet te gebruiken op een analoge spiegelreflexcamera of op een D-SLR met een grotere sensor. Canon biedt hiervoor bijvoorbeeld EF-S-lenzen aan. Andere merken als Sigma, Tamron en Tokina gebruiken andere benamingen (respectievelijk: DC, DI en DX).

Tekst bij de foto's van pagina 14: Links een foto zoals we die met een analoge of fullframecamera zouden zien. Rechts hetzelfde plaatje met de 400D (en dezelfde lens). Doordat de sensor kleiner is, is slechts een beperkt deel van het beeld te zien. Dit levert dus een vergrotingsfactor op.

Pagina 15

Naast de 350D, 400D en 30D, die alle een even grote sensor hebben, heeft Canon nog twee andere sensorformaten: 1,25X voor de 1D-serie en 1X voor de SD en 1DS (die dus over een zogenaamde fullframesensor beschikken die even groot is als het analoge 35mm-negatief). De sensorformaten van andere cameramerken hebben over het algemeen een vergrotingsfactor van 1,5X.

EF-S-lenzen
Het mooie van een spiegelreflexcamera is dat u lenzen kunt wisselen. U bent dus niet gebonden aan één lens, maar vrij om ieder type en merk te kiezen dat u wilt. Voor iedere moeilijke situatie is er wel een lens beschikbaar waarmee u probleemloos kunt fotograferen. In hoofdstuk 8 leest u alles over soorten lenzen die beschikbaar zijn en welke functies die hebben.

Dit artikel is een weergave van het 1e hoofdstuk uit: Fotograferen met een digitale spiegelreflexcamera: Canon.

Jeroen Horlings
| 07-05-2007
Bulk 10-Daagse