Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Cameratips

Praktijkles met de digitale spiegelreflex (1)

Deel 1 Diafragma- en sluitertijdinstellingen

Even laten we de volautomatische snufjes voor wat ze zijn. Want wat kunt u verrassend veel (moois) doen met de handmatige instellingen van uw digitale spiegelreflex fotocamera. In dit deel behandelen we de diafragma- en sluitertijdinstellingen.

Testopstelling

We gaan op de vierkante centimeter aan het werk en wel met behulp van vijf poppetjes die we steeds met 10 centimeter tussenruimte achter elkaar neerzetten. De lichtbron is een fotolamp die we van één kant laten schijnen. Schuin met het licht van deze fotolamp mee, wordt de digitale spiegelreflex fotocamera (een Nikon D100) neergezet op een statief. Het statische (= niet bewegende) object gecombineerd met het werken vanaf een statief, zorgt ervoor dat we zonder problemen (= bewegingsonscherpte) met grote sluitertijden kunnen werken. De bediening geschiedt via de usb-interface door middel van software (Nikon Capture 4 Camera Control) die op een Windows XP-computer draait, zodat we alles écht in de hand kunnen houden.

We hebben vier tests in gedachten:
1. Diafragma-instellingen. Hier veranderen we alleen de diafragma-instellingen aan en we laten de bijpassende sluitertijd automatisch berekenen door de camera.
2. Sluitertijdinstellingen. Het diafragma zetten we vast op F/22 en we werken met verschillende handmatig ingestelde sluitertijden.
3. Iso-instellingen. Ook nu wordt het diafragma vastgezet op F/22. De sluitertijd wordt eveneens vastgezet en wel op 1/4 seconde. Daarna zullen we de iso-instellingen later variëren.
4. Scherpstellen instellingen. We maken een matrix om te zien hoe we het slimst kunnen scherpstellen. Dat scherpstellen gebeurt op het voorste, op het middelste en op het achterste poppetje. Het diafragma wordt aangepast en de sluitertijd mag automatisch worden bepaald door de camera.

Diafragma-instellingen

Zoals gezegd, hier veranderen we alleen de diafragma-instellingen aan en we laten de bijpassende sluitertijd automatisch berekenen door de camera. Als de camera de sluitertijd goed berekent, dan zullen alle foto’s zodanig worden belicht dat het eindresultaat identiek is. Maar eerst even over het diafragma ... Het diafragma van een fototoestel is een ronde ring die kan worden geopend (= veel licht doorlaten) en gesloten (= weinig licht doorlaten). Als het diafragma veel licht doorlaat, dan kan de sluitertijd automatisch worden verkleind. Dat is logisch, want als de ccd veel licht binnenkrijgt, dan is er minder tijd nodig om de benodigde hoeveelheid foto-informatie te vergaren. En vice versa. Als er minder licht wordt doorgelaten, dan moet de sluitertijd worden vergroot om aan dezelfde hoeveelheid foto-informatie te komen.

F-stops
Op een spiegelreflexcamera (lees: het gebruikte objectief) wordt het diafragma in zogeheten F-stops genoteerd, waarbij elke volgende F-stop de helft van de hoeveelheid licht doorlaat van de vorige F-stop. De F-stopwaarden die van toepassing zijn op het objectief waar wij mee werken zijn: 5.6 (= helemaal open), 6.7, 8, 9.5, 11, 13, 16, 19, 22, 27, 32, 38 (= bijna dicht). Waarbij opgemerkt dat de F-stopwaarde het resultaat is van de volgende formule: F-stopwaarde = brandpuntsafstand / diafragmaopening. De brandpuntsafstand van een zoomlens is variabel, dus als deze wijzigt dan wijzigen de F-stopwaarden automatisch mee! Dit alles wordt overigens getoond op het lcd en in de zoeker van de digitale spiegelreflexcamera...

Tijd voor het experiment. We gaan zes foto’s maken van hetzelfde object, waarbij we scherpstellen op het voorste poppetje. We beginnen met de F-stopwaarde 5.6 oftewel met het diafragma helemaal opengezet. We hebben veel licht, dus verwachten we een korte sluitertijd. Per foto gaan we twee F-stops verder en gaandeweg zullen we zien dat de sluitertijd zal toenemen. Immers, hoe minder licht er binnenkomt, des te langer moet de ccd ‘kijken’. Een tweede effect dat optreedt tijdens het laten variëren van de diafragmaopening is de verandering in scherptediepte. Hoe kleiner de F-stopwaarde (= hoe groter de diafragmaopening), des te minder wordt de scherptediepte. En vice versa.

John Vanderaart
| 07-01-2007
Kerst trends 2016