Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Macro

Haal de natuur dichterbij

foto: Aalderik Pot

De natuur is een wondere wereld. Wie die wereld van dichtbij bekijkt, doet voortdurend nieuwe ontdekkingen. Close up- of macrofotografie is dan ook populair onder veel natuurfotografen. Zij veranderen onschuldige spinnen in angstaanjagende monsters en toveren de tekening op een rups om tot een abstract schilderij. Over mooie macrofoto's en wat je daarvoor nodig hebt.


Allereerst enige opheldering rond de terminologie. Zo is er de term afbeeldingsmaatstaf die wordt uitgedrukt in twee getallen, bijvoorbeeld 1:1. Dit betekent dat de langste zijde van het onderwerp net zo groot is afgebeeld als de langste zijde van de foto. Fotografie tot deze afbeeldingsmaatstaf wordt over het algemeen close up-fotografie genoemd. Ga je nog ‘dichterbij’ dan spreekt men van macrofotografie. Voor microfotografen is dat echter nog niet genoeg. Zij lopen pas warm bij vergrotingen van meer dan 100x.

foto: Aalderik Pot
Twee beelden (boven en links) die laten zien hoe een onderwerp is te benaderen. Canon EOS D60 – EF 100/2.8 macro – statief

De mate waarin je te fotograferen onderwerpen kunt vergroten, hangt af van de brandpunts-afstand en de scherpstelafstand van het objectief op de camera. Veel digitale compactcamera’s hebben een zogenaamde macrostand. Als deze stand wordt ingeschakeld, is tot op enkele centimeters van het onderwerp scherp te stellen. Het resultaat is echter vaak teleurstellend, meestal zijn de foto’s niet scherp. Dat is ook niet zo verwonderlijk.

foto: Aalderik Pot
Canon EOS D60 – EF 100/2.8 macro – statief

Bij macrofotografie is de scherptediepte heel gering. Je hoeft na het automatisch scherpstellen van de camera maar een fractie naar voren of achteren te bewegen of het onderwerp bevindt zich buiten het scherpstelgebied. Door een klein statiefje te gebruiken is dit probleem voor te zijn. Daarnaast veroorzaakt het indrukken van de ontspanknop meestal zoveel beweging van de camera, dat ook hier niet veel goeds van te verwachten valt. Een afstandsbediening biedt uitkomst. Neem deze twee dingen in acht en je bereikt al enorme verbeteringen.

Tip: Ga eens heel vroeg uit de veren en zoek naar met dauw berijpte insecten die nog aan het rus-ten zijn. Samen met het mooie ochtendlicht kan dit tot hele fraaie foto’s leiden.

Macrolens
Wie echt serieus aan de slag wil met macrofotografie ontkomtniet aan het gebruik van een (digitale) spiegelreflex met een goed ojbectief. Er zijn speciale macro-objectieven te koop met verschillende brandpuntsafstanden.

foto: Aaldrik Pot
De bloeiwijze van een schietwilg is een dankbaar macro-onderwerp. (Canon EOS D60 – EF 100/2.8 macro – statief)

De 100mm is bij de analoge fotografie erg populair. Door de ‘brandpuntsverlenging’ die de digitale spiegelreflex met zich meebrengt, valt op dat de grote merken nu speciaal ontwikkelde macro-objectieven op de markt brengen met een brandpuntsafstand van ca. 60mm. Bij natuurfotografen zijn ook ‘langere’ objectieven (150-200mm) in zwang. Het voordeel hiervan is dat je voor dezelfde afbeeldingsmaatstaf wat verder van het onderwerp kan blijven. Vooral bij fladderende en schrikachtige beesten als vlinders is dat natuurlijk een voordeel. Nog meer dan bij een compactcamera is het lastig om de camera stil te houden en de afstand te tot het onderwerp te fixeren.

foto: Aaldrik Pot
De pluizen van een paardebloem zien er van dichtbij prachtig uit. (Canon EOS D60 – EF 100/2.8 macro – statief)

Ook hier is het dus onontbeerlijk een statief met draadont-spanner te gebruiken als je echt scherpe foto’s wilt maken. Toch valt het niet altijd mee om met een log en zwaar statief een beetje soepel door het veld te bewegen. Daarom zijn er kleine doch stevige statieven op de markt. Deze babystatieven zijn maar een centimeter of twintig hoog, waardoor je ook laag bij de grond kunt werken. De stabiliteit van deze statieven is vaak verbazend goed. Bovendien gaan ze gemakkelijk in de fototas en doen ze ook geen aanslag op uw portemonnee. Zo is er in macroland nog veel meer materiaal te koop waarmee je prima resultaten bereikt zonder dat het direct een vermogen kost. Voor compactcamera’s zijn er bijvoorbeeld hele handige magnetische of opschroefbare voorzetlensjes op de markt. De bezitter van een spiegelreflexcamers hoeft ook niet meteen een dure macrolens aan te schaffen. Ook hiervoor zijn speciale voorzetlenzen te koop met verschillende ‘sterktes’. Eigenlijk is het niet meer dan een filter die je bijvoorbeeld op een standaardzoom of korte telelens schroeft. Een ander handig en relatief goedkoop hulpmiddel bij macrofotografie zijn de zogenaamde tussenringen. Voor ongeveer honderd euro heb je een setje van drie ringen met een verschillende ‘dikte’. De ringen plaats je tussen het objectief en de camera. De uitwerking is verbluffend, want de minimale scherpstelafstand wordt ineens een stuk kleiner. Omdat er geen glaselementen in tussenringen zitten, is er ook geen verlies van licht. Bij gebruik van een zogenaamde macroconverter is dat wel het geval. Bij een macroconverter met een vergrotingsfactor van 2x verliest men ook twee stops licht, waardoor het in donkerige omstandigheden moeilijker fotograferen wordt. Bovendien vertroebelt het zoekerbeeld engiszins, wat het scherpstellen weer lastiger maakt.

foto: Aaldrik Pot
In de insectenwereld leven allerlei creaturen, zoals deze schildwants, die zich uitstekend lenen voor de macrofotografie (Canon EOS D60 – EF 100/2.8 macro – statief)

Nog dichterbij
Wie nog dichterbij wil, is aangewezen op apparaten als balgen en omkeerringen. Een balg is een soort variabele tussenring van rekbaar materiaal, dat wel wat op het middengedeelte van een accordeon lijkt. Aan de beide uiteinden zit een aansluiting voor de camera en een objectief. In de studio valt prima met deze balgen te werken, maar in de natuur is het stuk een ingewikkelder. Bij een omkeerring koppel je twee objectieven aan elkaar, waarbij het voorste objectief omgekeerd wordt gebruikt. De firma Novoflex is gespecialiseerd in het vervaardigen van dit soort macrohulpstukken. Wie de smaak te pakken heeft gekregen en toch een macrolens wil aanschaffen, zou zijn licht ook eens kunnen opsteken bij merken als Sigma en Tamron. Zij maken uitstekende objectieven voor een prijs die tientallen procenten lager ligt dan bij grote merken als Canon en Nikon. Nikon-fotografen kunnen soms nog gebruik maken van de oudere manualfocus-objectieven. Omdat scherpstellen bij macrofotografie een nauwkeurig werkje is, is handbediening vaak toch te verkiezen boven de autofocus.
Tot slot een hulpmiddel dat onderwerp van felle discussie is in de macrowereld: de flitser. Er zijn natuurfotograferen die flitslicht verfoeien en zweren bij natuurlijk licht. Anderen zien juist de voordelen van de moderne flitstechnieken omdat specifieke details beter zijn uit te lichten. Er zijn speciale macroflitsers te koop die je niet op de camera zet, maar op het objectief schroeft. Ook de ingebouwde flitser van de camera is in sommige gevallen prima in te zetten om donkere partijen wat op te lichten. In dit geval spreken we dan van een invulflits.

Tip: Er zijn diverse goede boeken op de markt over macrofotografie. Een daarvan is Close-up en Macrofotografie van Paul Harcourt Davies
foto: Aaldrik Pot
Koninginnepage op een anjer uit de hand genomen. Een sluitertijd van 1/500 was nog niet genoeg om de snel bewegende vleugelpunten te bevriezen. (Canon EOS D60 – EF 100/2.8 macro – uit de hand)

Aan het werk
Eenmaal gewapend met de juiste apparatuur heb je nog niet zomaar een mooie macrofoto gemaakt. Om een geslaagde plaat te maken, is er een aantal basisregels dat je in acht zou moeten nemen. Allereerst is het goed om je te verdiepen in het onderwerp dat je wilt gaan fotograferen. Stel, je hebt op de televisie een reportage over de koninginnepage gezien en bedacht dat je op jacht wilt naar deze prachtige vlinder. Als je op de Groningse klei woont, komt je er al snel achter dat het niet zo dik gezaaid is met de koninginnepages. Daarvoor zul je in Nederland naar Zuid-Limburg moeten. Het is dan bovendien handig om te weten dat ze dol zijn op het nectar uit schermbloemigen zoals de wilde peen. Als je eenmaal een weitje hebt gevonden waar de vlinders rondfladderen, zie je snel genoeg dat ze nauwelijks stilzitten. Een wilde achtervolging leidt bijna nooit tot resultaat. Het is beter om de dieren een tijdje te bestuderen. Dan zal blijken dat er naast een aantal favoriete plantensoorten ook plekken zijn die ze vaker aandoen dan andere plekken. Het is dus een kwestie van goed kijken en geduld hebben. Ook het tijdstip van de dag kan nog van invloed zijn: hoe warmer het is, hoe beweeglijker de vlinders zijn. Wie het niet zo heeft op deze manier van fotograferen en het liever wat rustiger aandoet, kan ook met macrofotografie nog veel bereiken. In de natuur zijn de meest grillige en fantastische patronen te vinden als je eens goed om je heen kijkt. De kunst daarbij is om het te fotograferen onderwerp zo te isoleren dat niet meteen duidelijk is wat het precies voorstelt. Een mooi en klassiek voorbeeld zijn de macrofoto’s van boombladeren. Hiermee is eindeloos te experimenteren en het levert vaak hele mooi ‘abstracten’ op. Ook mossen, korstmossen, doorgezaagde bomen, boomschors of patronen in het zand zijn wat dat betreft dankbare onderwerpen die niet wegvliegen.

foto: Aaldrik Pot
Een watersnuffel heeft een vlieg te pakken. (Canon 20D - EF 100/2.8 macro - statief)

Blijf oefenen
Het kost even tijd om alle aspecten van de macrofotografie onder de knie te krijgen. Zoals gezegd kan vooral de geringe scherptediepte voor wat problemen zorgen. De instelling van het diafragma is hierbij van groot belang. Een laag diafragma-getal, bijvoorbeeld 2.8, zorgt voor een geringe scherptediepte. Bij het meer ‘opendraaien’ van het diafragma, bijvoorbeeld naar 16, zal de scherpte toenemen. Bedenk daarbij dat de sluitertijd navenant langer wordt. Van 2.8 naar 16 scheelt bijvoorbeeld vijf stops aan licht. De sluitertijd wordt dan ook vijf keer zo lang, waardoor de kans op bewegingsonscherpte weer toeneemt.
Het spel met deze twee instellingen is cruciaal. Bij teveel scherptediepte komt het onderwerp niet goed los van de achtergrond. Het kan ook zijn dat het diafragma juist te veel is dichtgeknepen waardoor sommige onderdelen van het onderwerp hinderlijk onscherp worden. Doordat de sluitertijd veel langer is geworden, is het geringste zuchtje wind al genoeg om bewegingsonscherpte te veroorzaken. Een digitale camera biedt in dat opzicht veel voordelen ten opzichte van zijn analoge broer. Je kunt het resultaat immers meteen beoordelen en de camerainstellingen veranderen. Het blijft echter vooral een kwestie van doen!

Tip: Macro-objectieven zijn ook uitermate geschikt als portretlens. De meeste objectieven hebben een speciaal knopje voor meerdere scherpstelgebieden, waardoor hinderlijk ‘pendelen’ van de autofocus wordt verminderd.

Aaldrik Pot
| 14-10-2006
Kerst trends 2016