Thank you! Your submission has been received!

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Advies

Overstappen naar digitaal spiegelreflex

Met een digitale spiegelreflex camera zijn fantastische foto’s te maken, maar dat is niet vanzelfsprekend.
Zij vraagt om een andere benadering van fotografie ten opzichte van haar analoge evenknie en heeft duidelijk afwijkende karakteristieken in vergelijking met een digitale compactcamera.
Wie wil overstappen, wacht een aantal veranderingen. Over de verschillen.

Welke overstapper ben jij?

Overstapper 1
Je fotografeert nog steeds met je ‘oude’ spiegelreflexcamera en bent zeer tevreden met de resultaten. Om je heen kijkt men echter vreemd op, omdat het lcd achterop ontbreekt. Moet je toch eens niet denken aan de aanschaf van een moderne digitale spiegelreflex?

Overstapper 2
Je hebt al een tijdje een digitale compactcamera, waarmee je prima kiekjes maakt van het gezin of op reis. Steeds vaker echter loop je tegen de beperkingen aan van een dergelijke camera en je vraagt je af of de tijd niet daar is om over te stappen op een digitale spiegelreflex.

Van analoog reflex naar digitaal reflex

Wat blijft hetzelfde?

Basisprincipes

Met welke camera je je foto’s ook neemt, de fotografische basisprincipes zullen altijd blijven gelden. Afhankelijk van de hoeveelheid, verdeling en richting van het licht worden de opnameparameters van de camera handmatig of automatisch ingesteld. De juiste combinatie van lichtmeetmethode, ISO-gevoeligheid, diafragma, sluitertijd, scherpstelling en witbalans moet leiden tot de perfecte foto.

Body en zoeker

Aan de buitenkant en aan het principe van spiegelreflex is niet zoveel veranderd. De behuizing en bediening van een moderne digitale spiegelreflex (d-SLR) zijn afgeleid van bestaande analoge spiegelreflexen, alleen is de binnenkant volgestopt met chips en elektronica. De eerste aanblik van een digitale reflexcamera is dan ook vertrouwd als je overstapt van de analoge versie. Wat bij het oppakken van de camera meteen zal opvallen, is dat de digitale camera een stuk zwaarder is. Samen met de lens is een tot twee kilo geen uitzondering. Een dagje wandelen met een digitale reflex om je nek merk je de volgende ochtend in je armen. Het gewicht van de digitale reflex komt de stabiliteit over het algemeen wel ten goede, zeker in combinatie met een batterijgrip, opsteekflitser en zwaardere lens.

De helderheid en de grootte van de zoeker van een digitale reflexcamera is minder dan bij een analoge reflex. Digitale spiegelreflexen hebben een kleinere sensor dan kleinbeeldfilm, de spiegel is daardoor kleiner en het geheel is minder helder. De kadering is ca. 97 procent.

Bediening en respons

Als je de camera aanzet, zijn met de nieuwste d-SLR camera’s direct foto’s te nemen. Instellen van diafragma en sluitertijd gebeurt zoals op een analoge reflexcamera en er is geen noemenswaardige ontspanvertraging. Voor de scherpstelling kies je uit verschillende autofocusmethodes of schakel je eenvoudig over op nauwkeurig handmatig scherpstellen. Op een analoge reflex moest je een motordrive plaatsen om een snelle reeks foto’s achter elkaar te kunnen nemen.

Bij de digitale versie is dat niet nodig, want deze is standaard uitgerust met een ‘motordrive’. De traagste doet twee beelden per seconde en stopt na zes opnames. De snelste digitale motordrive in de middenklasse schiet 25 foto’s in vijf seconden, gaat verder met de halve snelheid en stopt pas als de geheugenkaart vol is. Het moment decisive missen is nu haast onmogelijk. Zorg wel voor meerdere, snelle geheugenkaarten als je een sessie hebt met dergelijk serieopnames.

Lenzen en accessoires

Je ‘oude’ analoge lenzen zijn in veel gevallen op een digitale spiegelreflexcamera te blijven gebruiken. Je moet er wel rekening mee houden dat het brandpunt verlengd wordt met ongeveer 1,5x omdat de sensor kleiner is dan een kleinbeeldfilm (24 x 16mm vs. 36 x 24mm). Om een supergroothoek van 16 mm ter beschikking te hebben, moet je dus een zoomlens hebben met een brandpunt van 11 mm of minder.

In de klassieke, analoge uitvoering zijn ze niet te krijgen en vanaf 12 mm zijn ze zwaar en duur, wat eigenlijk ook geldt voor alle andere ‘analoge’ lenzen. Tegenwoordig worden er eigenlijk alleen nog maar zogenaamde digitale lenzen ontwikkeld. Zij hebben een kleinere beeldcirkel, passend bij de kleinere sensor, en zijn daarom lichter en goedkoper. Ze passen echter niet meer op een analoge spiegelreflex.

De accessoires voor een SLR-camera zijn dezelfde gebleven in de analoge en digitale wereld. Afhankelijk van het flitssysteem kunnen ‘gewone’ opsteekflitsers gebruikt worden. Alle filters hebben schroefdraad van een bepaalde diameter en ook extenders en tussenringen blijven dienst doen. In plaats van rolletjes heb je nu geheugenkaartjes en je zult meer batterijen en accu’s in je tas moeten hebben om camera en flitsers van stroom te voorzien.

Wat is anders?

Foto-opslag

Hét grote verschil tussen analoge en digitale fotografie is natuurlijk dat het beeld niet meer wordt vastgelegd op rolfilm, maar op een lichtgevoelige sensor. Het filmrolletje heeft plaatsgemaakt voor een geheugenkaartje. Je hoeft dus nooit meer een rolletje weg te brengen en je kunt je doka ontmantelen.

Na je overstap zit je wel veel meer uren achter de computer om je foto’s te ‘ontwikkelen’ (=optimaliseren), te beheren en af te (laten) drukken. De digitale fotograaf moet verstand hebben van ‘bits en bytes’, bekend zijn met termen als resolutie, compressie en kwaliteit en hij moet zich bekwamen in een fotobewerkingprogramma zoals Photoshop.

Bediening

De bediening van een digitale spiegelreflexcamera komt op veel punten overeen met een analoge reflex, maar er zijn toch verschillende parameters waarmee de fotograaf anders mee om moet gaan. Vroeger hoefde je alleen maar bij het inzetten van het rolletje na te denken over de keuze van ISO-gevoeligheid en kleurtemperatuur (witbalans). Nu kun en moet je dat bij elke foto doen. Je kunt daarmee wel heel flexibel inspelen op wisselende omstandigheden (een foto in de tuin bij daglicht direct gevolgd door een opname in huis met halogeen lampen), maar je moet er wel om denken de instellingen te veranderen, anders zijn je foto’s mislukt.

Het is dus verstandig om alle belangrijke instellingen van de camera regelmatig op het statusscherm te controleren. Zo voorkom je dat een verkeerde witbalans, ISO-waarde of resolutie ingesteld blijft staan. Doe dit in ieder geval bij het aanzetten van de camera voor een nieuwe sessie.

Omdat alle parameters per foto snel gewijzigd moeten kunnen worden, heeft een d-SLR wel veel meer knopjes en menu’s dan de analoge variant. Via het lcd-scherm kunnen foto’s worden teruggezien en direct beoordeeld op compositie, belichting, kleur en scherpte. Zo kun je snel een tweede foto maken.

Een aspect dat de laatste tijd veel aandacht krijgt is de aanwezigheid van beeldstabilisatie op de sensor. Op de brandpunt-sluitertijdregel (t<1/f) kan met deze optie 2 tot 3 stops gewonnen worden, waardoor bij minder licht langer uit de hand gefotografeerd kan worden met minder kans op bewegingsonscherpte. Het is ook mogelijk om lenzen te kopen met beeldstabilisatie.

Scherptediepte

De scherptediepte van een d-SLR zal bij een bepaald diafragma iets groter zijn dan bij datzelfde diafragma op een analoge spiegelreflex, omdat de sensor kleiner is. Bij macrofotografie is dit een voordeel zijn en hoef je minder ver te diafragmeren, bij portretfotografie kan het een nadeel zijn, omdat mogelijk de achtergrond minder onscherp is. De verschillen zijn echter maar klein.

Stof op beeldsensor

Omdat bij het wisselen van lenzen het inwendige van de camera in open verbinding staat met de buitenlucht, kan er stof bij het opnamegedeelte komen. Stof dat neerslaat op het analoge negatief werd bij doordraaien van de film meteen afgevoerd en was hooguit op één foto te zien. De beeldsensor van een d-SLR wordt echter nooit vervangen en stof kan zich dus ophopen. Bij diafragma’s van f/8 of groter zal dit stof niet zichtbaar zijn op de foto’s, maar wordt gediafragmeerd tot f/11 of kleiner, dan zullen op een reeks foto’s steeds op dezelfde plaats zwarte vlekken te zien zijn. Deze zijn weg te klonen in een fotobewerkingsprogramma, maar is dit teveel werk, dan zal de sensor schoongemaakt moeten worden.

Voordat je zelf aan de slag gaat met lucht of kwastjes, informeer bij de leverancier naar de beste procedure en naar de garantiebepalingen. Probeer stof te vermijden en wissel je schone lenzen zorgvuldig in een windvrije ruimte. Het is niet nodig om smetvrees te krijgen, pas als het stof bij je standaardopnamen te zien wordt moet je ingrijpen. Geen enkele sensor is stofvrij.

Van analoog spiegelreflex naar digitaal spiegelreflex
Hetzelfde Anders
Body Gewicht groter
Elementaire bediening Zoeker minder helder
Respons ISO en WB per foto
Lenzen en accessoires Bediening digitaal
Lenzen digitaal
Brandpuntverlenging
Foto’s terugkijken, directe selectie
‘Motordrive’
Geen rolletje, maar geheugenkaartje
Extra accu en batterijen
Stof op sensor
Na-traject, digitale doka
Beeldstabilisatie op de sensor

Van digitaal compact naar digitaal reflex

Wat is hetzelfde?

Basisbeginselen en bediening

Zoals reeds aangegeven voor de overstap van analoog naar digitaal, blijven ook voor de overstap van compact naar spiegelreflex de fotografische grondbeginselen onveranderd. Ook veel digitale aspecten zijn bij een d-SLR hetzelfde als bij een compactcamera. Toch zijn er significante verschillen.

Wat is anders?

Constructie

Je stopt een d-SLR niet zomaar in je binnenzak of handtasje. De body van een digitale spiegelreflexcamera is groter en zwaarder dan een digitale compactcamera en vaak zwart. Ze is zodanig geconstrueerd dat ze optimaal in de hand ligt, dat de lenzen zijn te verwisselen en dat ze tegen een stootje kan.

Het wisselen van lenzen heeft als voordeel dat het brandpuntbereik (=beeldhoek) zeer groot is van 10mm tot wel 300mm (=15 tot 450mm). Dat is dus 30x optische zoom en je hebt speciale macrolenzen voor vervormingvrije dichtbij-opnamen. Je kunt je onderwerp nu niet meer kaderen met het lcd (behalve Olympus E-330) en je moet altijd door de oogzoeker kijken. Zeker als je een draai- en kantelscherm gewend geweest bent, moet je je nu in de raarste bochten wringen om vanuit een zeer laag of hoog standpunt te fotograferen.

Verder geeft de zoeker van een spiegelreflex bij half indrukken van de ontspanner geen indruk van de resultaat van de belichting. Je ziet niet direct of een foto is onder- of overbelicht. Een reflexzoeker heeft wel als voordeel dat ie nagenoeg het hele onderwerp weergeeft, dat er geen hinderlijke reflecties zijn en je heel nauwkeurig handmatig scherpstelt. Om overzicht te houden over de belangrijkste instellingen hebben de meeste digitale spiegelreflexcamera’s een status-lcd.

Een minder duidelijk constructief verschil tussen reflex en compact is dat een d-SLR camera een mechanische sluiter kent. De tijd dat licht wordt toegelaten tot de sensor wordt bepaald door een ‘gordijntje’ dat even open en dicht gaat. Bij een compactcamera wordt dit elektronisch geregeld.

Mogelijkheden en bediening

Een groot verschil tussen compact en spiegelreflex is de beeldkwaliteit. Niet bij ISO 50 of 100, maar wel als ISO 200 wordt gepasseerd. Als gevolg van de pixelwedloop hebben foto’s van digitale compactcamera’s dan een storende hoeveelheid ruis. Bij een reflexcamera is dat pas boven ISO 800 of 1600 het geval, hoewel 10 miljoen pixels op een APS-sensor van een d-SLR het ruisniveau niet ten goede komt. Door de hogere ISO’s is het dus bij een d-SLR mogelijk met veel kortere sluitertijden te werken. Binnen zonder flits heb je dan minder snel last van bewegingsonscherpte en buiten kunnen de ultra korte sluitertijden zelfs de snelste actie ‘bevriezen’.

Over het algemeen zijn de kleuren, de scherpte en het contrast van de JPG-foto’s die direct uit een digitale reflex komen minder ‘pittig’ en wat meer gematigd. Dit garandeert een maximaal behoudt van detail, maar vraagt soms wat aanpassingen in een fotobewerkingprogramma. Voor nog meer kwaliteit beschikken alle d-SLR’s over het raw-bestandsformaat. Dit is een digitaal negatief en de beeldvorming moet nog gebeuren op de computer. Je kunt eenvoudig de witbalans en belichting aanpassen en je hebt geen last van het kwaliteitsverlies van jpeg. Je kunt er op groter formaat mee afdrukken, dan met jpeg.

De scherptediepte van een reflexcamera is veel kleiner dan van een compactcamera. Is bij een compact een foto van ‘voor tot achter’ geheel scherp, bij een d-SLR camera is dit gebied veel kleiner. Soms bedraagt de scherptediepte maar enkele millimeters. Het is in deze gevallen belangrijk dat zeer nauwkeurig handmatig wordt scherpgesteld, iets dat bij een compactcamera bijna niet mogelijk is. De meeste digitale spiegelreflexcamera’s zijn snel: geen opstarttijd en nauwelijks ontspanvertraging. Deze twee punten zijn bij digitale compactcamera’s vaak storend aanwezig en zorgen voor gemiste fotokansen. De snelheid van een d-SLR uit zich ook in de mogelijkheid van continu-opnames met de digitale ‘motordrive’. Het is niet mogelijk filmpjes te maken met een digitale reflexcamera.

TABEL

Van digitaal compact naar digitaal spiegelreflex Hetzelfde Anders Bediening Gewicht en afmetingen groter ISO en WB per foto Lcd niet als zoeker Geen rolletje, maar geheugenkaartje Respons hoger Extra accu en batterijen Scherptediepte kleiner Foto’s terugkijken, directe selectie Nauwkeuriger handmatige scherpstelling Na-traject, digitale doka Lenzen en accessoires Raw-bestandsformaat Brandpuntverlenging Beeldkwaliteit beter bij ISO > 200 ‘Motordrive’ Geen filmpje Stof op sensor Beeldstabilisatie op sensor

Conclusie

Of je moet overstappen naar een digitale spiegelreflexcamera en wat het juiste moment is, bepaal je natuurlijk zelf. Op dit moment zijn de mogelijkheden, de beeldkwaliteit, de bediening en de prijs van d-SLR camera’s zodanig dat je zelden een foute beslissing kunt nemen. Je moet wel opletten dat je bij een spiegelreflex ook goede lenzen moet hebben of kopen, wil je de maximale beeldkwaliteit er ook werkelijk uit halen.

Er zijn betaalbare consumentenzoomlenzen van een paar honderd euro, maar ga je voor het beste beeld, dan kost een goede lens toch meer dan duizend euro. Je kunt dergelijke lenzen wel de rest van je leven blijven gebruiken en hoeft niet bij de volgende nieuwe digitale reflexbody ook nieuwe lenzen te kopen, mits je bij hetzelfde merk blijft.

Digitale spiegelreflexcamera’s zijn verder geen kijk-en-klik-camera’s en vragen een extra investering van de gebruiker ten aanzien van fotografische kennis, beschikbare tijd en vaardigheden met betrekking tot beheer en optimalisatie van digitale foto’s. Volg een training of koop er een goed boek over om alles uit je camera te halen. Lees op zijn minst de handleiding een keer aandachtig door. Je moet geen d-SLR camera kopen om indruk te maken op de buren of om alleen foto’s in de Automaat te maken.

Overzicht merken en modellen

Canon : Eos 350D, 400D, 30D en 5D
Fujifilm : FinePix S5 Pro
Leica : M8
Nikon : D50, D80, D200
Olympus : E-330, E-500, E-400
Panasonic : Lumix L1
Pentax : *ist D-serie, K10D, K100D, K110D
Samsung : DX-1L, DX-1S
Sigma : SD14
Sony : A100

Pieter Dhaeze
| 10-10-2006
Kerst trends 2016